Biesbosch

Natuurgebied
Dordrecht Werkendam Drimmelen
West-Brabant Land van Heusden en Altena Amerstreek
Zuid-HollandNoord-Brabant

werkendam_6.jpg

De Noordwaard, ZW van en vallend onder Werkendam, is onderdeel van de Biesbosch en is de afgelopen jaren ingericht voor waterberging, om bij hoge waterstanden de rivieren in de omgeving te beschermen tegen overstroming.

De Noordwaard, ZW van en vallend onder Werkendam, is onderdeel van de Biesbosch en is de afgelopen jaren ingericht voor waterberging, om bij hoge waterstanden de rivieren in de omgeving te beschermen tegen overstroming.

Biesbosch

Terug naar boven

Status, ligging, statistische gegevens

Nationaal Park De Biesbosch is een omvangrijk en waterrijk natuurgebied, dat onder verschillende gemeenten en provincies valt. In totaal meet het een kleine 10 bij 10 km, ca. 7.000 ha. Het gebied wordt sinds 1958 beheerd door Staatsbosbeheer. Het is verdeeld in de Hollandse Biesbosch (provincie Zuid-Holland, gemeente Dordrecht), dat op zijn beurt weer is verdeeld in de Sliedrechtse Biesbosch (de langgerekte horizontale punt oostelijk van Dordrecht, t/m 30-6-1970 gemeente Sliedrecht), en de Dordtse Biesbosch, zuidoostelijk van Dordrecht. Deze twee gebieden zijn verbonden door een smalle strook natuur langs de Nieuwe Merwede. Het oostelijk deel van het gebied valt onder de provincie Noord-Brabant (in de regio West-Brabant), waarbij de noordelijke helft onder de gemeente Werkendam valt (en in de streek Land van Heusden en Altena ligt), en de zuidelijke helft onder de gemeente Drimmelen (in de streek Amerstreek). Het gebied valt dus onder 2 provincies en 3 gemeenten.

Terug naar boven

Geschiedenis

De Biesbosch is ontstaan dankzij de St. Elisabethsvloed van 1421. Dit zette de hele Grote of Zuidhollandse Waard onder water waardoor naar schatting 16 dorpen blijvend van de landkaart verdwenen. Het gebied heeft tot 1970 in open verbinding met de zee gestaan. Het is lange tijd een van de weinige zoetwatergetijdendelta's in de wereld geweest. De afsluiting van het Haringvliet in 1970 zorgde ervoor dat het gebied niet langer onder invloed van eb en vloed stond.

Biezen (aan de bies dankt het gebied zijn naam), riet en wilgenhout groeien deels spontaan, maar zijn in belangrijke mate door de mens aangeplant. Het oogsten en verwerken van deze materialen vormde voor veel bewoners in en rond dit gebied het belangrijkste middel van bestaan. Centraal op het Biesbosch Museumeiland bij Werkendam (waarvoor zie verder het hoofdstuk Bezienswaardigheden) staat de wijze waarop de mens in en rond het gebied zijn brood verdiend heeft. Er is te zien onder welke, vaak mensonterende, omstandigheden de griendwerker 's winters het wilgenhout in de grienden hakte; hoe de biezen- en rietsnijders hun materiaal oogstten; welke gereedschappen men gebruikte; waar de griendwerkers, die de hele week in het gebied verbleven, in woonden en wat elke griendwerker in zijn 'kooikist' van huis meenam.

Nadat het hout, de biezen en het riet gewonnen waren, werd het uit de Biesbosch vervoerd en afgeleverd bij bedrijfjes gelegen aan de rand van het gebied. Daar verwerkten biezenmatters, mandenmakers, hoepelmakers en kuipers de materialen. De werkplaatsen en gereedschappen van deze zeer specifieke ambachten, die in veel gevallen totaal verdwenen zijn, zijn in het museum te zien. Twee bijzondere poppenverzamelingen geven een indruk van de aard van de werkzaamheden van de ambachtslieden. Ook te zien is hoe, in een later stadium, veel hout zijn bestemming vond in de zinkstukken die in de waterbouw gebruikt werden.

De Biesbosch staat tegenwoordig bekend als recreatiegebied. Het verdwijnen van eb en vloed heeft het gebied voor vrijwel iedereen toegankelijk gemaakt. De vroegere ontoegankelijkheid, veroorzaakt door het getij, heeft er in de Tweede Wereldoorlog voor gezorgd dat de Duitse bezetters het gebied niet onder controle hebben kunnen krijgen. Het was een ideaal onderduikadres. In het laatste jaar van de oorlog zijn zelfs 70 Duitse soldaten krijgsgevangen gemaakt en verborgen gehouden. Als eind 1944 het zuiden van Nederland bevrijd is, en het gebied boven de Amer, inclusief de Biesbosch, nog bezet is worden door het verzet de zgn. crossings georganiseerd. Er wordt verschillende malen van bevrijd naar bezet gebied en vice versa gevaren om enerzijds mensen in gevaar en pionagemateriaal naar bevrijd Nederland te brengen en medicijnen van bevrijd naar bezet Nederland te transporteren. Het museum biedt hier ruime aandacht aan.

In het museum wordt vanzelfsprekend ook aandacht besteed aan de rijke flora en fauna van de Biesbosch. Ook de vis- en vogelstand is beïnvloed door de veranderde omstandigheden. Vooral de soortenrijkdom aan vis is door het afsluiten van de verbinding met zee sterk afgenomen. In een oeveraquarium wordt getracht van elke vissoort die ooit in het gebied voorgekomen is een geprepareerd exemplaar te huisvesten. Een drie meter lange steur is het middelpunt van dit paludarium, waarin zo'n 20 overige soorten te zien zijn.

In de vaste collectie is verder aandacht voor visserij, stroperij, waterwinning en het uitzetten van de bever. Stichting Biesboschmuseum beheert tevens een naast het museum gelegen griendencomplex, De Pannekoek. Ieder jaar wordt de rietkraag aan het water gesneden en een deel van het griendencomplex gehakt. Op dit gebied, waar ook een wilgentuin, een vangpijp van een eendenkooi en klepduikers te zien zijn, is een wandeling van twee kilometer uitgezet. Het Biesboschmuseum beschikt ook over een elektrisch aangedreven rondvaartboot waarmee rondvaarten door het gebied worden gemaakt.

- PostNL had hier vermoedelijk de duurste klanten van het hele land: dagelijks ging een postbode per boot de Biesbosch door om de 5 gezinnen die daar wonen hun post te bezorgen. In 1997 was het honderd jaar geleden dat de PTT deze wijze van postbezorging aldaar begon. Ter gelegenheid van dat feit is een speciale prentbriefkaart uitgegeven met een afbeelding van de postboot. Aanvankelijk begon men met roeibootjes, waarmee men twee dagen onderweg was. In het gebied bevond zich op een eilandje één brievenbus, voor inwoners en recreanten, die slechts over het water was te bereiken. Gezien de herinrichting van het gebied van de afgelopen jaren, vermoeden wij dat beide (postboot en brievenbus) er vandaag de dag niet meer zijn.

Terug naar boven

Recente ontwikkelingen

- Nationaal Park De Biesbosch is de afgelopen jaren flink uitgebreid. Ook de hoeveelheid natuur rondom het natuurgebied is toegenomen. Er is bijna 4.000 hectare nieuwe natuur ontstaan. In de Kleine Noordwaard is de rivierdynamiek teruggekeerd, inclusief de bijbehorende planten. De Grote Noordwaard is primair bedoeld om water op te vangen in perioden van hoog water. In de Sliedrechtse Biesbosch is een zoetwatergebied ontstaan in het deel waar de getijdenwerking het sterkst is. Het waterpeil schommelt er 70 tot 80 centimeter. Ook daar wordt veiligheid gecombineerd met natuurontwikkeling. De Nieuwe Dordtse Biesbosch is een recreatieplek voor inwoners van de gemeente Dordtrecht. De aanpak hier sluit aan bij het rijksbeleid om dicht bij steden meer natuur met recreatiemogelijkheden aan te bieden. (bron: Staatsbosbeheer)

- Na jaren van voorbereiding is in 2011 het Parkschap Nationaal Park De Biesbosch opgericht. Dit parkschap vervangt de verschillende natuur- en recreatieschappen in Zuid-Holland en Noord-Brabant. Het Parkschap richt zich op de ontwikkeling van het gebied op het terrein van natuur, recreatie en toerisme. Behoud van de natuurwaarden in het park, zoals de oernatuur in het gebied en de grote beverpopulatie, is hierbij een van de belangrijkste uitgangspunten.

- Het hart van de Biesbosch is in 2011 compleet gemaakt met de aanleg van natuurgebied Zuiderklip. In het gebied zijn polders onder water gezet. De voormalige landbouwpolders vormen nu een zoetwatergetijdenatuurgebied dat de waterveiligheid in de omgeving vergroot. Doordat de polders zijn aangesloten op het buitenwater, stroomt er meer water door het Nationaal Park. Hierdoor stuwt de Bergsche Maas bij hoogwater minder op. Daarnaast is in de Zuiderklip maar liefst 360 hectare nieuwe natuur ingericht, conform het Europese beleid Natura 2000. In het natuurgebied kan ook gerecreëerd worden. Er is een wandelroute over dijken ten zuiden van de nieuwe geul en er zijn extra aanlegsteigers aangelegd.

- Jaarlijks werden er circa 20 reeën en ander groot wild in dit gebied aangereden. Wildbeheereenheid De Biesbosch heeft daarom in 2019 in de polders Oostwaard en Noordwaard honderden reewildspiegels langs de weg geplaatst, met als doel het aantal aanrijdingen te reduceren. Doordat het licht van de auto weerkaatst in de reewildspiegels schrikken de reeën en worden ze ervan weerhouden om op dat moment over te steken.

Terug naar boven

Bezienswaardigheden

- Het Biesbosch MuseumEiland bevindt zich enkele kilomters ZW van Werkendam. In 1994 opende het gebouw aan de Hilweg de deuren voor het publiek. Het bestond uit negen zeshoekige paviljoens. In 2001 zijn daar nog eens twee paviljoens bijgebouwd, die onderkelderd werden en als depot dienst gingen doen. Toen in het kader van de maatregel Ruimte voor de Rivier de Noordwaard, waarin het museum ligt, ontpolderd zou gaan worden, ontstonden er plannen tot uitbreiding van het museumgebouw. Het bestaande museumgebouw is uitgebreid met 1.000 m2. Op de begane grond van het gebouw is hierdoor ruimte voor een goede ontvangst van bezoekers ontstaan, met een horecavoorziening en een bezoekerscentrum. Voor de museale presentatie is een nieuwe opzet bedacht, die aansprekend is voor het hedendaagse publiek.

Op het Biesbosch Museum Eiland is in 2015 een waterzuivering aangelegd die werkt met wilgen. Het is een nieuw type helofytenfilter. In plaats van riet vormen wilgen in dit filter de zuiverende planten. Wilgen staan erom bekend veel water te verdampen en snel meststoffen als stikstof en fosfaat uit water op te nemen. De wilgen verdampen een groot deel van het afvalwater, zodat er minder afvalwater wordt geloosd. Bovendien is het water dat wordt geloosd schoner dan normaal afvalwater. Het filter op het Museum Eiland is 100 m2 groot en reinigt al het afvalwater uit het museum en het restaurant. De takken van deze wilgen worden eens per 2 jaar geoogst en gebruikt als duurzame brandstof in de biomassakachel van het museum. Afvalwater wordt op deze wijze gezuiverd en omgezet in biobrandstof.

Wilgenzuiveringen worden al langer gebruikt in Scandinavië. In Zweden zijn grootschalige systemen aangelegd die huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en effluent van rioolwaterzuiveringsinstallaties behandelen. De in Scandinavië opgedane kennis is nu met steun van InnovatieNetwerk naar Nederland gehaald. Doordat de wilgen nuttige biomassa leveren in de vorm van hernieuwbare brandstof is het wilgenfilter economisch nog gunstiger dan een traditioneel helofytenfilter. Een deel van de geoogste wilgentakken kan bovendien worden gebruikt in andere toepassingen dan brandstof, zoals zinkstukken of stuifschermen in de weg- en waterbouw. Het voordeel van combineren van wilgenteelt met waterzuivering is dat de wilgen in waterzuiveringsfilters continu gevoed worden met voedselrijk water, waardoor zij aanzienlijk meer biomassa produceren dan een wilgenplantage zonder waterzuiveringsfunctie. De combinatie van wilgenteelt met waterzuivering is dus om meerdere redenen zeer aantrekkelijk. (bron: Stichting Probos, 16-06-2015)

Terug naar boven

Landschap, natuur en recreatie

- Bezoekerscentra waarvandaan je het beste dit gebied in kunt trekken, vind je in Dordrecht (voor de Hollandse Biesbosch) en Drimmelen (voor de Brabantse Biesbosch).

- Fietsen in Nationaal Park De Biesbosch kan lastig zijn. Het gebied bestaat namelijk grotendeels uit water en nat land. Er zijn onverharde paden voor wandelaars, maar geen verbindingswegen of bruggen. In de Biesboschregio - het gebied rondom het Nationaal Park - kun je wel goede en mooie fietstochten maken, langs polders, weilanden, akkers, rivieren en lintdorpen. Van een kort ommetje over verharde paden tot lange struintochten door drassig wetland. En van een tocht langs de oevers van rijk begroeide kreken tot een trek door polders vol weidevogels of over smalle dijkjes met onverharde laarzenpaden. Hoe dan ook: wandelen door dit Nationaal Park is een belevenis! Draag stevige schoenen voor een tocht over onverharde paden en een lange broek ter bescherming tegen teken en andere ‘kriebelaars’.

- "In mei 2019 is de Nieuwe Dordtse Biesbosch officieel gereedgekomen en geopend. Een nieuw natuur- en recreatiegebied vlakbij Dordrecht, dat is gerealiseerd om drie doelen te bereiken: een nieuwe natuurverbinding; uitbreiding van recreatiemogelijkheden; verbetering van de waterkwaliteit (en waterberging). Natuurverbinding. Voor de natuur is een robuuste, natte verbinding aangelegd tussen de Dordtse Biesbosch in het westen en de Sliedrechtse Biesbosch in het oosten. De natuur komt in een ecologische zone van ruim 200 hectare dichter naar de stad. Waterrijke delen wisselen droge stukken af waardoor een afwisselend natuurgebied van grasland, moeras en water ontstaat. Recreatie. De recreatieve verbindingen in de Noorderdiepzone zijn een onderdeel van het grotere recreatieve netwerk van Dordrecht. In het gebied is een netwerk van wandel-, fiets- en ruiterpaden aangelegd. De recreatieve inrichting is intensiever in de richting van Hania’s polder en rond de hevel bij de Oosthaven. De dicht tegen de stadsrand gelegen Hania’s polder krijgt een intensief netwerk van wandel- en ruiterpaden dat aansluit op de Elzen. De hevel wordt een markant punt aan de dijk met weids uitzicht en krijgt een educatieve functie. Water. Een goed watersysteem is een belangrijk onderdeel van de Nieuwe Dordtse Biesbosch. Hiermee houden we droge voeten en krijgen we schoner water binnen de dijken op het Eiland van Dordrecht. Waterschap Hollandse Delta is beheerder van het watersysteem. Door de ingrepen verbetert de waterkwaliteit en neemt de bufferfunctie (waterberging) fors toe."

- Sinds april 2016 graast er een kudde Konikpaarden in de Noordwaard. Samen met de kuddes Schotse Hooglanders en waterbuffels zorgen zij ervoor dat het gebied niet dichtgroeit en het water voldoende kan doorstromen. De Konikpaarden en Schotse Hooglanders grazen op de droge delen, terwijl de waterbuffels ook graag op zoek gaan naar voedsel in de nattere zones. Dit concept van begrazing is door Gebr. van Kessel samen met FREE Nature en Bureau Waardenburg uitgewerkt. Hiermee geven zij vorm aan de twee belangrijkste doelstellingen van Rijkswaterstaat voor het onderhoud van het doorstroomgebied van de Noordwaard: doorstroombaarheid in het hoogwaterseizoen waarborgen en in het groeiseizon zoveel mogelijk natuurontwikkeling realiseren.

De beheerders zijn verheugd dat de Konikpaarden in de Noordwaard hebben ontdekt dat lisdoddes een prima voedselbron zijn. Want zo blijft de Noordwaard open, ontstaat er ruimte voor de rivier en houdt Gorinchem droge voeten. De Konikpaarden, afkomstig uit het Munnikenland bij Slot Loevestein, waren gewend aan het voedselpakket in een hooggelegen uiterwaard. De Noordwaard ligt echter een stuk lager en daar groeien dan ook deels andere planten. Lisdodde komt ook bij Loevestein wel voor, maar niet massaal. Daar werd de plant niet graag gegeten. In de Noordwaard is een bepaald deel van het gebied zeer drassig en daardoor een ideale vestigingsplaats voor de lisdodde. Daar staat de plant massaal. Als de dieren deze plant niet zouden eten, moet deze machinaal worden verwijderd, om voldoende doorstroming te kunnen garanderen.

Bij het introduceren van dieren in een nieuw gebied leren ze beetje bij beetje welke planten wel en niet eetbaar zijn. Dat gebeurt door trial and error, een leerproces waarbij dieren een klein hapje proberen en zo leren hoe de plant smaakt. Ook specifieke eigenschappen van planten worden zo ontdekt. Zo leert een kudde om te gaan met de voedselbronnen in hun leefgebied en bouwen zij een schat aan kennis op. Die kennis geven zij weer door aan de volgende generatie. Hoe langer een kudde in een gebied leeft, hoe meer ervaring zij opdoen en hoe effectiever hun graasgedrag. Kennelijk hebben de Konikpaarden de lisdodde in de Noordwaard wél lekker leren vinden. Het is niet uitgesloten dat de lisdodde in de Noordwaard anders smaakt dan die in het Munnikenland, waardoor de paarden ze hier wél lekker vinden. (bron: Tanja de Bode, FREE Nature)

- Thijmen van Heerde, boswachter in de Gelderse Poort bij Nijmegen, bezocht in september 2017 de Biesbosch en besloot daar een stukje te gaan snorkelen. Opeens dook er een bever voor hem op en met zijn GoPro wist hij dat prachtig op beeld vast te leggen. Unieke beelden, aldus Biesbosch-boswachter Thomas van der Es. "Ik heb het nog nooit eerder gezien. En ook landelijk gezien zijn dit soort beelden heel bijzonder."

- Staatsbosbeheer vreest anno 2019 voor het voortbestaan van de diverse soorten wilde bijen in de Biesbosch. Dat komt omdat de afgelopen jaren het aantal bijenvolken van imkers die hun kasten nét buiten dit gebied neerzetten, op grondgebied van andere eigenaren, en daarmee niet vergunningplichtig zijn, fors is toegenomen. Binnen het gebied geeft Staatsbosbeheer hier namelijk een beperkt aantal vergunningen voor af, om het aantal in toom te houden. Door een teveel aan bijenvolken van imkers vreest Staatsbosbeheer namelijk dat er dan niet genoeg nectar voor de wilde bijen over blijft. Het gaat onder meer om de zandbij, de boshommel en de grote kegelbij. Sommige soorten komen nergens anders in Nederland voor en zijn echt ernstig bedreigd.

- "De visarend is een prachtige roofvogel. Ze zijn een stuk kleiner dan de zeearend. Ze hebben een lichte onderzijde en donkere bovendelen. Ze ‘bidden’ met zware vleugelslagen en duiken vanaf grote hoogte met vooruitgestoken poten in het water om vis te vangen. Visarenden zijn trekvogels en overwinteren in (tropisch) Afrika. Het zijn echte specialisten: ze eten enkel vis. Visarenden broeden op alle continenten behalve Antartica. Nederland ontbrak altijd op de wijde verspreiding van deze bijzondere roofvogel. Sinds 2016 broedt de visarend in Nederland, en wel in de Biesbosch. Daar kwam in 2017 een tweede broedpaar bij, en in 2020 een derde paar. Het waterrijke, uitgestrekte natuurgebied is daarmee een belangrijk startpunt voor deze prille populatie. Een combinatie van een groeiende visarendstand in buurlanden als Duitsland, de aanwezigheid van dode bomen en hoogspanningsmasten, en de aanwezigheid van grootschalig visrijk water hebben daar alles mee te maken. De bijzondere roofvogels zijn vaak te vinden in de recent ontwikkelde natuurontwikkelingsgebieden voor waterveiligheid in het kader van Ruimte voor de Rivier, met name in de Noordwaard en de Zuiderklip." (bron en voor nadere informatie zie Staatsbosbeheer, juni 2020)

"In 2020 waren de drie paar in de Biesbosch broedende visarenden bijzonder succesvol. Elk paar bracht drie jongen groot. Een vierde stel bouwde twee nesten, maar deed nog geen broedpoging. In vijf jaar tijd zijn er al twintig visarenden in het gebied grootgebracht. In 2016 vestigde het eerste broedpaar zich in de Brabantse Biesbosch. Het bracht één jong groot op een fors nest in een dode boom. Enthousiasme alom onder vogelaars, want een langverwachte roofvogel vestigde zich eindelijk in Nederland. Bijzonder was dat wel. De dichtstbijzijnde broedplekken lagen immers op meer dan driehonderd kilometer afstand in Duitsland, Frankrijk en Engeland. De meeste visarenden kiezen een nestplek die niet zo ver van hun geboorteplek ligt. Deze vogels waren avonturiers; kennelijk werden ze verleid door het flinke oppervlak aan viswater en een voldoende aanbod van nestplekken in de vorm van dode bomen, maar ook hoogspanningsmasten.

Succesvolle uitbreiding. Vijf jaar verder zijn er drie broedparen gevestigd in het natuurgebied: twee in een dode boom en één in een hoogspanningsmast. Van de broedvogels dragen er vier een kleurring. Het gaat om twee Duitse vrouwtjes, een Duits mannetje en een Engels mannetje. Mede dankzij deze ringen kennen we de beginnende populatie goed: zo weten we dat het Duitse mannetje (de stamvader) alle jaren terugkeerde en met zijn partner al elf jongen grootbracht. Gemiddeld vlogen er 2,2 jongen per broedsel uit, een prima resultaat. Als er nog jongen uit de eerste broedjaren leven, dan is de kans groot dat ze, na eerst ruim een jaar in Afrika te zijn gebleven, terugkomen om een eigen plek in de omgeving te bemachtigen. Misschien is het vierde stel dat het hele zomerhalfjaar in de Biesbosch verbleef wel eigen nageslacht?

Waar gaat dat naartoe? Iedere zomer blijven er wel enkele visarenden in waterrijke gebieden in ons land hangen. Gezien de uitbreidende broedpopulatie wordt het wel steeds spannender om zulke vogels goed in de gaten te houden (zie ook deze aanwijzingen). Gaan ze met takken slepen (en waar gaat dat naartoe)? Tot in augustus kunnen visarenden nog nesten gaan bouwen. In 2019 was het bijvoorbeeld een komen en gaan van verschillende vogels bij een nest in Limburg, maar werd er niet gebroed. Uit 2020 zijn er geen broedverdachte visarenden buiten de Biesbosch bekend, maar voor meldingen blijft Sovon afhankelijk van scherpe (roof)vogelaars. Beschrijvingen van verdachte gevallen zijn welkom via de webpagina 'Losse meldingen broedvogels'.

Doortrek. Dit bericht verschijnt in september, de beste maand om visarenden op doorreis te zien. De meeste zijn afkomstig uit Zweden. Ze houden er in het najaar de strategie ‘vliegen - vissen - vliegen’ op na en nemen dus geregeld de tijd om te jagen. In waterrijke gebieden plonsen ze het water in en dan is het hopen dat je zo’n arend met vis en al boven ziet komen. Meer informatie. Over visarenden in Nederland zijn verschillende artikelen geschreven met gedetailleerdere gegevens over broeden en doortrek. Zie: - Over het eerste broedgeval in 2016 (Limosa); - Broedgevallen en territoria visarend 2014-2019 (De Takkeling); - Over doortrekkende visarenden (Sovon-Nieuws);" (bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland, september 2020)

Terug naar boven

Beeld

- Filmpje over de Biesbosch door John M. Pieper.

Terug naar boven

Literatuur

- Nieuwe en tweedehands boeken over de Biesbosch (online te bestellen).

Terug naar boven

Links

- Algemeen: - Officiële site van Nationaal Park De Biesbosch.

- Hollandse Biesbosch (= het Dordrechtse gedeelte).

- Informatieve site over de Biesbosch met o.a. gratis tweemaandelijks digitaal magazine.

- Biespas: - "Het doel van de Biespas is om de Biesbosch ook in de toekomst voor iedereen toegankelijk te houden. Waarom? Omdat het een uniek natuurgebied is waar we graag nog veel langer van willen genieten! Het onderhoud en behoud van dit Nationaal Park is hard nodig. Jaarlijks zoeken tienduizenden bezoekers er vertier en ontspanning. Het is dus van belang dat er genoeg informatie en recreatie aanwezig is én dat deze voorzieningen up-to-date, schoon en onbeschadigd zijn. Parkschap Nationaal Park De Biesbosch en Staatsbosbeheer zetten zich, samen met een aantal partners, in voor de verdere ontwikkeling en het onderhoud van het natuurgebied en recreatievoorzieningen.

De realisatie van deze doelstellingen vereist tijd, aandacht en financiële middelen. Dat laatste staat onder druk doordat de overheid zich hieruit steeds verder terugtrekt. Dit heeft op langere termijn grote gevolgen voor de kwaliteit van voorzieningen, het toezicht en de handhaving binnen het natuurgebied. Om de ‘Biesbosch belevenissen’, zoals (zelfstandige) vaartochten, rondvaarten, fietstochten en wandelingen te waarborgen, wordt er gezocht naar andere inkomstenbronnen.

Met vijf verschillende projecten - samengevat onder de naam ‘De Biesbosch verdient het’ - worden er inkomsten gegenereerd ten behoeve van het onderhoud en de ontwikkeling van voorzieningen voor recreatie, educatie en ondernemerschap. De Biespas is daar één onderdeel van en spreekt direct de bezoekers, omwonenden en liefhebbers van het Nationaal Park aan. Met de Biespas dragen zij direct bij aan het behoud van dit unieke natuurgebied, zodat het gebied ook in de toekomst optimaal beleefd kan worden. Wil jij ook bijdragen aan een beleefbare Biesbosch? Bestel dan hier jouw Biespas. Activeer de Biespas en maak direct gebruik van de voordelen."

Reactie toevoegen