Biodiversiteit

biodiversiteit_boek.jpg

'De Nederlandse biodiversiteit' (2010) is het eerste boek waarin al onze bijna 50.000 dier- en plantensoorten zijn vastgelegd. Een standaardwerk van letterlijk en figuurlijk megaformaat dus. Via de link op deze pagina kun je het online bestellen.

'De Nederlandse biodiversiteit' (2010) is het eerste boek waarin al onze bijna 50.000 dier- en plantensoorten zijn vastgelegd. Een standaardwerk van letterlijk en figuurlijk megaformaat dus. Via de link op deze pagina kun je het online bestellen.

Deltaplan Biodiversiteitsherstel

In december 2018 is dankzij een brede maatschappelijke samenwerking het Deltaplan Biodiversiteitsherstel. In actie voor een rijker Nederland opgesteld. In dit plan wordt het belang van biodiversiteit door alle partijen gedeeld en zijn sporen uitgewerkt om in samenwerking een herstel te bewerkstelligen. Natuurgebieden, landbouwgebieden en de openbare ruimte zijn in samenhang van groot belang voor biodiversiteit in Nederland, want natuur kent geen scherpe grenzen. Kijk maar naar de wilde insecten die gewassen bestuiven, de weidevogels en vlinders die zich zowel thuis voelen in natuurgebieden als in de berm van een weg. Samen beslaan deze gebieden 90% van het Nederlandse oppervlak.

Als alle grondgebruikers in een gebied gaan samenwerken, zijn er meer kansen voor wilde planten en dieren. Bijvoorbeeld via een houtwal die natuurgebieden verbindt, een kruidenrijk grasland of een berm vol bloemen. Zo kunnen bedreigde soorten zich herstellen en kan de natuur zich beter aanpassen aan klimaatverandering. Kern van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel is dat grondgebruikers, zoals natuurbeheerders, boeren, overheden en particulieren, gestimuleerd en gewaardeerd worden voor hun prestaties die bijdragen aan herstel van biodiversiteit. Door deze prestaties eenduidig meetbaar te maken, is stapeling van beloning mogelijk en zien we ook hoe deze prestaties optellen tot echte biodiversiteitswinst. Goede monitoring is hierbij onontbeerlijk en is ook onderdeel van de aanpak.

- "Staatsbosbeheer versterkt Deltaplan Biodiversiteitsherstel. 15 april 2020. Staatsbosbeheer heeft zich aangesloten bij het Deltaplan Biodiversiteit, een samenwerkingsverband tussen natuur- en milieuorganisaties, kennisinstellingen, boerenorganisaties en bedrijven. Staatsbosbeheer volgt andere publieke organisaties, zoals Rijkswaterstaat, provincies en het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, die zich recent ook aansloten. De grootste terreinbeherende organisatie van Nederland wil daar niet bij achterblijven. Herstel van biodiversiteit is immers ook een van onze kernopdrachten.

Biodiversiteitsherstel. Staatsbosbeheer wil in het samenwerkingsverband vooral kennis uitwisselen en zijn eigen ervaringen inbrengen over beheer van terreinen. Inzet is ook om samen met partners een gemeenschappelijk systeem te ontwikkelen om de bijdrage aan biodiversiteitsherstel te volgen. Een ander doel van Staatsbosbeheer is om binnen het Deltaplan Biodiversiteit met enkele pilots te ontdekken hoe natuurinclusieve landbouw kan bijdragen aan meer biodiversiteit in het landelijk gebied. Staatsbosbeheer stelt in zijn net vastgestelde Ondernemingsplan 2020-2025 4.000 hectare van zijn terreinen beschikbaar voor natuurinclusieve landbouw. Natura 2000. Datzelfde ondernemingsplan bevat ook de ambitie om de natuurkwaliteit te herstellen in de Natura 2000-gebieden. Staatsbosbeheer is beheerder van 128 van de 162 van deze topnatuurgebieden. De samenwerking met partners van het Deltaplan in de randgebieden zal helpen bij de verbetering van de biodiversiteit in en om de Natura 2000-gebieden." (bron: Staatsbosbeheer)

Alle biodiversiteit in Nederland in kaart

"Je zou denken dat in Nederland vrijwel alle soorten flora en fauna wel in kaart zijn gebracht. We zijn tenslotte een klein landje met veel vrijwilligers die biodiversiteit monitoren. Niets is echter minder waar. Tot nu toe zijn vooral de grote, zichtbare, gemakkelijk te monitoren groepen in kaart gebracht zoals vogels, zoogdieren, vlinders en bloeiende planten. Maar daar gaat verandering in komen. Medio 2020 start het wereldwijd baanbrekende megaproject ARISE. Professor Koos Biesmeijer van Naturalis Biodiversity Center en coördinator van het project legt uit: "We willen binnen vijf tot tien jaar alles wat leeft in Nederland - van de grootste dieren tot de allerkleinste schimmels - in kaart brengen." Om dit te doen investeren NWO, Naturalis Biodiversity Center, Universiteit van Amsterdam, Universiteit Twente en het Westerdijk Fungal Biodiversity Institute meer dan 18 miljoen euro.

Wat wordt er concreet gebouwd? ARISE is een infrastructuur om alle meercellige soorten flora, fauna en schimmels te identificeren. Hiermee kunnen we in de toekomst veel beter de biodiversiteit monitoren. Koos Biesmeijer vertelt: "Uiteraard bouwen wij voort op bestaande projecten, initiatieven en innovaties, maar we integreren wel op een wereldwijd unieke manier DNA, beeld- en geluidsherkenning en radargegevens om een zo compleet en betrouwbaar mogelijk beeld te krijgen van de biodiversiteit in Nederland. Dit doen we met behulp van kunstmatige intelligentie en data science." ARISE kan beleidsmakers, waterschappen, provincies en andere betrokkenen van betrouwbaardere informatie voorzien op het gebied van biodiversiteit. Bovendien kunnen Nederlandse onderzoekers gebruik maken van de verzamelde informatie.

Toegang tot de meest geavanceerde near-real-time identificatiedienst. Deze geïntegreerde infrastructuur geeft Nederlandse onderzoekers, natuurbeschermingsorganisaties, overheden en het bedrijfsleven toegang tot de meest geavanceerde, near-real-time identificatiedienst voor monitoring van de biodiversiteit en opsporing van soorten. Hierdoor ontstaan nieuwe mogelijkheden om het functioneren van ecosystemen te begrijpen, trends te ontdekken en om biodiversiteit beter te integreren in de grote maatschappelijke opgaven zoals de circulaire economie, natuur-inclusieve stad en de kringlooplandbouw. Een nieuw tijdperk in soortenherkenning. Koos Biesmeijer ziet dit als een belangrijke stap. "Het verlies aan biodiversiteit is een van de belangrijkste bedreigingen voor de mensheid. We hebben daarom dringend behoefte aan betere instrumenten voor soortherkenning en monitoring van biodiversiteit. Want alleen wanneer we weten wat er is, kunnen we het behouden." Meer weten? Neem contact op met Koos Biesmeijer via koos.biesmeijer@naturalis.nl." (bron: Naturalis Biodiversity Center, 2-5-2020)

Eerste boek met alle Nederlandse planten- en diersoorten

Sinds november 2010 zijn alle 47.800 planten- en diersoorten uit Nederland terug te vinden in één boek, getiteld 'De Nederlandse biodiversiteit'. Nederland is het eerste land dat zo grondig alle voorkomende dieren en planten vastlegt. In het overzicht zijn alle soorten meegenomen die sinds 1758 langere tijd in Nederland zijn waargenomen. In dat jaar publiceerde de Zweedse natuuronderzoeker Carl Linnaeus zijn Systema Naturae en begon de moderne beschrijving van dieren en planten. Ruim honderd specialisten hebben aan het boek meegewerkt. Voor 18.000 dieren- en plantensoorten zijn ook de verspreidingsgegevens in kaart gebracht. "Elk van deze soorten is uniek en heeft haar bijzonderheden", menen de schrijvers. "Zo zijn we hand-in-handvliegende galmijten, stampvoetende stofluizen, slavenhoudende mieren en levendbarende dopluizen tegengekomen." Toch blijft er een onmogelijk te vullen lacune in het boek. "Vooral van veel eencelligen, zoals bacteriën, is onze kennis nog beperkt." Tijdens het samenstellen van het boek is nog een voor Nederland geheel nieuwe diergroep ontdekt, de kransdiertjes (cycliophora). Dat zijn minuscule diertjes die op de kaken van kreeften leven. Ondertussen is in 2010 nog een soort ontdekt die er nog niet in staat: het Trompet steelkwalletje.
- Bestel het standaardwerk 'De Nederlandse biodiversiteit' hier online.

ATHENA laat ontwikkelingen in Nederlandse natuur zien

"Natuurliefhebbers en onderzoekers kunnen sinds juli 2019 de ontwikkelingen van dieren en planten in Nederland door de eeuwen heen op één centraal punt raadplegen, namelijk via ATHENA. ATHENA is een portal in ontwikkeling waarin een enorme hoeveelheid informatie over biodiversiteit in Nederland wordt samengebracht. Het doel van ATHENA is het vergemakkelijken en stimuleren van interdisciplinair onderzoek naar biodiversiteit. ATHENA is een samenwerking tussen Universiteit Utrecht (Jan Luiten van Zanden en Thomas van Goethem), Radboud Universiteit (Rob Lenders) en Wageningen Universiteit (Joop Schaminée). “In het nieuws horen wij veel berichten over de afname van de biodiversiteit. Dit roept verschillende vragen op: Wat drijft deze ontwikkeling? Is natuurbescherming effectief (geweest)? Waarom doen sommige soorten het beter dan andere? Met behulp van ATHENA kunnen onderzoekers dichter bij antwoorden op deze vragen komen”, aldus projectcoördinator Van Goethem.

Samengebrachte bronnen
ATHENA brengt historische bronnen, archeologisch (beeld)materiaal en ecologische databestanden, zoals tellingen samen. Voor het eerst is het mogelijk om per dier- of plantsoort een breed scala aan gegevens te bestuderen. Dit mede dankzij de bijdrage van de Nederlandse soortenorganisaties, zoals de Zoogdiervereniging, SOVON en FLORON, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, het Instituut voor de Nederlandse Taal en het Rijksmuseum. Het project is gefinancierd door CLARIAH, een nationaal project dat een digitale infrastructuur ontwerpt om grote hoeveelheden data en software uit verschillende geesteswetenschappelijke disciplines aan elkaar te koppelen en digitaal doorzoekbaar te maken.

Het verhaal van een soort
“Elke soort, van de stern tot de kievitsbloem tot de wolf, heeft een eigen verhaal en met behulp van ATHENA kunnen wij dit verhaal beter doorgronden. Zo maakten de in Nederland broedende sterns in de afgelopen 150 jaar twee keer een crisis door: rond 1900 waren sternveren enorm modieus, en werden de vogels op grote schaal gedood (de ‘sterntjesmoord’), en rond 1960 leidde het gebruik van DDT en aanverwante middelen tot omvangrijke sterfte door vergiftiging” aldus Van Goethem.

Adopteer een plant of dier
Om het narratief van verleden – heden – toekomst wat betreft biodiversiteit sterker te maken wordt, met de steun van IVN Natuureducatie, gestart met een ‘adoptieplan’. In dit citizen science project worden kleine groepen kenners/liefhebbers gevormd rondom een bepaalde plant- of diersoort. Zij krijgen begeleiding van een expert tijdens hun onderzoek, waarbij ze de database gebruiken en verrijken. Om structuur aan te brengen in deze kennis, wordt er gewerkt met de vier V’s: het Voorkomen, de Verspreiding, de (hoe)Veelheid van de soort, en de Verklaring. Tijdens de lancering van ATHENA op 1 juli 2019 is dit adoptieplan verder toegelicht. (bron: Universiteit van Utrecht)

Nederland richt Centrum voor Biodiversiteit op

In 2010 is het Nederlands Centrum voor Biodiversiteit NCB Naturalis opgericht. In dit nationale centrum zullen in de nabije toekomst de natuurhistorische collecties die Nederland heeft opgebouwd worden geïntegreerd en toegankelijk gemaakt voor onderzoek, zodat de kennis over biodiversiteit verder kan worden ontwikkeld. Op basis daarvan levert Nederland internationaal een kennisbijdrage van belang aan biodiversiteit.

Om de achteruitgang van biodiversiteit wereldwijd tegen te gaan is in 1992 door de Verenigde Naties het Verdrag inzake Biologische Diversiteit (CBD) gesloten. Daaraan doen 168 landen actief mee. In 2005 hebben deze landen zich ten doel gesteld om in 2010 voor zover mogelijk een halt toe te roepen aan de snelheid waarmee biodiversiteit verloren gaat. Minister Plasterk van OCW: ""De biodiversiteit van nu is ontstaan in 4 miljard jaar, en - hoewel het ongelooflijk lijkt - is ontstaan uit een gemeenschappelijke voorouder. Door nieuwe technologieën zoals grootschalig DNA-onderzoek kunnen we de hele 'boekhouding' van die evolutie nu herlezen, en die kennis combineren met die uit andere bronnen. Dat is de taak van NCB-Naturalis. De 30 miljoen euro voor dit centrum is bestemd voor de uitbreiding van de onderzoeksfaciliteiten en het samenbrengen en ontsluiten van de belangrijkste Nederlandse collecties: de zoölogische en botanische collecties van de Universiteiten van Amsterdam, Leiden en Wageningen Universiteit. Hierdoor ontstaat een collectie die tot de top-5 van de wereld behoort". Website NCB Naturalis.

Cahier Biodiversiteit
De Stichting Bio-Wetenschappen en Maatschappij heeft in 2012 het Cahier Biodiversiteit uitgebracht. Dit cahier gaat in op de vraag wat biodiversiteit is, hoe belangrijk deze is voor het voortbestaan van de mens en of het daarvoor nodig is alle soorten te beschermen.

In de vele miljoenen jaren dat op onze planeet leven bestaat, zijn talloze soorten uitgestorven en zijn ook nieuwe soorten ontstaan. Door de invloed van de mens verdwijnen de laatste 150 jaar soorten sneller dan ooit. Vele deskundigen menen dat de rappe aantasting van de biodiversiteit uiteindelijk grote problemen zal veroorzaken. Ecosystemen zullen er zo door veranderen dat ze niet meer in staat zijn de diensten te leveren waar mensen afhankelijk van zijn, zoals schoon water, voedingsgewassen, bestuiving, vis en vee, en belangrijke biologische grondstoffen, zoals hout.

In het Cahier Biodiversiteit wordt de bijzondere biodiversiteit in Nederland beschreven en wat het nut ervan is voor de mens. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van het huidige biodiversiteitsbeleid in Nederland en daar buiten, waaronder verschillende manieren om biodiversiteit te behouden en te stimuleren. Het Cahier Biodiversiteit is via de link ook online te lezen.

- Biodiversiteit.NL is het centrale Nederlandse webportaal over Biologische Diversiteit. De doelstelling is het ontsluiten van een maximum aan informatie over biodiversiteit en biodiversiteitsbeleid in relatie tot Nederland.

- Het Nederlands Soortenregister geeft een actueel en volledig overzicht van alle ca. 34.000 Nederlandse soorten planten en dieren. Dit op basis van gegevens die experts op de verschillende gebieden voor het Soortenregister bijeenbrengen.

Hoogspanningsstations en biodiversiteit

Op de meer dan 400 000 hoogspanningsstations in Nederland en Duitsland gaat netbeheerder TenneT de biodiversiteit helpen. TenneT gaat dit doen op basis van spectaculaire resultaten van een pilot op drie hoogspanningsstations in Nederland. Daaruit bleek dat natuurvriendelijk onderhoud van het terrein van deze stations leidt tot instandhouding van de insectenpopulatie tot wel 72 procent.

De grootste winst voor biodiversiteit is te behalen met het aanpassen van het maaibeheer. Op vrijwel alle stations werd het groen tot medio 2019 vier maal per jaar in zijn geheel gemaaid. Hierdoor hebben bloemen en zeker de insecten weinig kans. In plaats daarvan wordt overgegaan naar ‘slingerend’ maaien. Dit principe is afgeleid van het sinusbeheer. Bij iedere maaibeurt blijven delen overstaan (worden dus niet mee gemaaid) en doordat er steeds andere slingers worden gemaaid, betekent dit dat er na drie maaibeurten stukken zijn die alle drie keer zijn meegemaaid, maar ook delen die maar twee, een of zelfs helemaal niet zijn gemaaid. Deze variatie is enorm belangrijk voor de insecten. Er zijn altijd bloemrijke delen waar voedsel te halen is en er zijn plekken waar eitjes, rupsen en poppen kunnen overleven. De hoogspanningsstations zijn natuurlijk geen natuurgebieden en er zijn dan ook duidelijke afspraken gemaakt over wat wel en niet kan. Zo worden er geen biodiversiteitsmaatregelen getroffen onder de installatie, maar alleen eromheen. Bovendien worden de randen langs de paden en de installaties vaker gemaaid.

Maar ook dan blijft er nog steeds veel ruimte voor bloemrijk grasland. In de pilot, op drie stations, uitgevoerd door De Vlinderstichting, bleek dat door een aanpassing van het maaibeheer tussen de 58 en 72% van de insecten overleefden, die bij het standaard beheer zouden verdwijnen. TenneT is een van de partners in de Green Deal Infranatuur en deze maatregelen passen daar uitstekend in. Ben Voorhorst (Raad van Bestuur van TenneT): "Wij beheren het elektriciteitsnet in Nederland en grote delen van Duitsland en zorgen ervoor dat groene stroom bij 41 miljoen consumenten en bedrijven terecht komt. Tegelijkertijd staat wereldwijd ook de biodiversiteit onder druk, zo bleek deze week in een rapport van IPBES (Verenigde Naties). Met onze hoogspanningsverbindingen en -stations kunnen we behalve met transport van groene stroom ook op een andere manier bijdragen aan behoud van de natuur." De pilot is uitgevoerd door Albert Vliegenthart van De Vlinderstichting. Hij is enthoudsiast: "TenneT laat zien dat er met relatief kleine maatregelen op honderden stations een groot effect bereikt kan worden. Een dergelijke instandhouding van de insectenpopulatie is indrukwekkend en tegelijkertijd cruciaal in de huidige uitdagingen die we hebben met betrekking tot behoud van biodiversiteit." (bron: De Vlinderstichting, mei 2019)

Automatische insectenherkenning voor meer grip op biodiversiteit

Door heel Nederland worden in de zomer van 2019 in totaal 100 'cameravallen' geplaatst, speciaal ontworpen voor het automatisch tellen en herkennen van insecten. Een primeur, want dit systeem is nog niet eerder ingezet. Het gaat niet goed met de insectenstand. Recent wetenschappelijk onderzoek toont aan dat een alarmerende achteruitgang van de aantallen insecten in West-Europa en ook in Nederlandse natuurgebieden. Het in 2019 uitgekomen IPBES rapport zet het belang van biodiversiteit op scherp en uiteenlopende partijen luiden de noodklok. Experts spreken zich uit in landelijke media, de nationale bijentelling maakt mensen bewust en tuincentra verkopen massaal zaadmix voor bijen en vlinders. Het IPBES- rapport onderzoekt de oorzaken voor het verlies van biodiversiteit, de gevolgen voor mensen wereldwijd, en opties om de huidige trend van biodiversiteitverlies te keren. De conclusies liegen er niet om: de achteruitgang van natuur vindt met een ongekende snelheid plaats en steeds sneller dreigen soorten uit te sterven, met nadelige gevolgen voor mensen wereldwijd. Een miljoen planten- en dierensoorten worden bedreigd met uitsterven als de mensheid op de huidige voet verder gaat.

Het belang van het meten en weten van de insectenstand is groot. Tellen en op naam brengen van insecten geeft onderzoekers inzicht in de stand van het land, maar ook van de effectiviteit van maatregelen om biodiversiteit te herstellen. Onder de afnemers van de cameravallen zijn onder andere provincies, die inzicht in de insectenstand willen om biodiversiteitsbeleid te bepalen. De gegevens werden voorheen met menselijke tellers vergaard, maar dit is een lastige klus en dekt vaak niet voldoende terrein. Onderzoekers van Naturalis Biodiversity Center, EIS Kenniscentrum Insecten en de Radboud Universiteit ontwikkelden daarom samen met COSMONiO Imaging, met advies van Waarneming.nl een systeem dat dit automatisch doet. Nederland is koploper op het gebied van automatische beeldherkenning van insecten en de techniek is nu met sponsoring van het Wereld Natuur Fonds nog voor de zomer van 2019 opgeleverd.

Het systeem kan via een cameraval 24 uur per dag voor langere tijd op één locatie het aantal aanwezige insecten tellen en meten en is hiermee efficiënter en goedkoper dat een menselijke teller. Dankzij het systeem is waarnemen op meerdere plaatsen tegelijk ook mogelijk. Dankzij de software hoeven wetenschappers de insecten niet meer te vangen en handmatig te identificeren, wat veel tijd bespaart. De software wordt bij Naturalis ‘getraind’ met een fotodatabase van enkele miljoenen foto’s, verzameld door de amateurs en specialisten van Waarneming.nl. Deze database is door zijn omvang en kwaliteit uniek in de wereld en Nederland is momenteel het enige land ter wereld waar deze ontwikkeling mogelijk is. De inzet van deze automatische telcamera kan bijdragen aan de totstandkoming van een landelijk meetnetwerk voor de insectenstand. Hiermee kan een vervolg worden gegeven aan de recente onderzoeken.

IPBES presenteerde in mei 2019 onderzoeksresultaten waaruit blijkt dat de totale biomassa van een aantal soorten insecten sterk afneemt. Dit is helaas niet alleen een academische kwestie: insecten vervullen niet alleen een belangrijke rol voor onder meer bestuiving en decompositie van organisch materiaal, maar zijn ook belangrijk voedsel voor een groot deel van onze vogels en zoogdieren. Zo vermoeden wetenschappers dat de achteruitgang van insecten een belangrijke factor is bij de achteruitgang van onze weide- en akkervogels. Dit heeft grote gevolgen voor de ecosystemen in Nederland.

Het is waarschijnlijk dat de achteruitgang van insecten meer dan één oorzaak kent. Naast de toename in het gebruik van bestrijdingsmiddelen spelen veranderingen in landgebruik een rol. Een onderbelichte en nog weinig onderzochte oorzaak is de invloed van de verhoogde stikstofdepositie op de nutriënthuishouding van plantensoorten. Veel soorten insecten, waaronder vlinders en bijen, zijn voor hun voedsel afhankelijk van een beperkt aantal soorten planten. Een veranderde voedingswaarde van deze planten leidt mogelijk tot het verdwijnen van insectensoorten. Mogelijk speelt dit in grote gebieden in de wereld een rol bij het verlies aan biodiversiteit. (bron: Naturalis, mei 2019)

Flora-inventarisaties Nederland 1901-1950 gedigitaliseerd

Het FLORIVON-onderzoek, een project dat van 1901 tot 1950 alle flora van Nederland in kaart heeft gebracht, is in 2019 volledig gedigitaliseerd. Het archief van streeplijsten en veldnotities, dat wordt bewaard in de collectie van Naturalis Biodiversity Center, is nu compleet digitaal in te zien. Een halve eeuw lang trokken vrijwilligers van de Nederlandse Botanische Vereniging kriskras door Nederland om de exacte stand van al het plantenleven bepalen. Al deze data leidden in 1980 tot de Atlas van de Nederlandse Flora. Na een jarenlang digitaliseringsproject van FLORON zijn nu ook alle originele streeplijsten gedigitaliseerd en openbaar inzichtelijk gemaakt. Alle data uit 56 duizend originele streeplijsten en andere notities zijn nu toegankelijk. In totaal zijn er 2.627.773 observaties van planten gedigitaliseerd.

De openbare dataset maakt de ontwikkelingen in Nederlandse flora over een lange periode tot in detailniveau inzichtelijk. Het biedt een schat aan informatie over de locatie van planten, maar ook de exacte dag waarop ze zijn waargenomen en wie de waarnemer was. Met deze bronnen is het mogelijk om de invloed van klimaatveranderingen en intensieve landbouw op de huidige flora te meten. Dankzij de waarnemingen in de jaren 20 en 30 is ook invloed van de aanleg van de Afsluitdijk op het plantenleven rond het IJsselmeer te bepalen. Alle data van het project zijn beschikbaar via GBIF, de Global Biodiversity Information Facility. Deze organisatie zet zich in voor het wereldwijd toegankelijk maken van biodiversiteitsdata via het internet.

In het originele onderzoek is heel Nederland verdeeld in een raster met vakken van 1,3 bij 1,01 kilometer. Het doel was om de complete flora binnen elk raster in kaart te brengen. Hoewel het het FLORIVON-project uiteindelijk een gedetailleerd beeld van de Nederlandse flora heeft opgeleverd, verliep het niet zonder horten of stoten. Na een goede start aan het begin van de 20e eeuw, werd er tussen 1908 en 1923 maar weinig geobserveerd. Na 1924 nam een nieuwe groep botanici het voortouw en steeg het aantal waarnemingen aanzienlijk. Na de oprichting van het IVON (Instituut voor het Vegetatie-Onderzoek van Nederland) in 1934 verliep het werk nog gestructureerder en verschenen er een aantal kaarten met voorlopige resultaten. Hoewel het project nooit officieel is afgesloten, is het na de Tweede Wereldoorlog niet echt meer op gang gekomen. 1950 wordt aangehouden als einddatum. (bron: Naturalis Biodiversity Center)

Reactie toevoegen