Eikenprocessierups

"Vanaf mei begint de eikenprocessierups-tijd. Ze zijn dan volop te vinden in eikenbomen. Hun brandharen kunnen flinke irritatie aan huid en luchtwegen veroorzaken. Storm en wind zorgen ervoor dat nesten en vervellingshuidjes uit de bomen waaien. Hierdoor is de kans groter dat mensen en dieren in contact komen met de brandharen. Vanwaar de naam ‘processierups’? De rupsen maken ’s avonds een treintje dat in een optocht (processie) de eik door slingert. Daar doen ze zich tegoed aan de eikenbladeren. Ze zouden dus ook net zo goed eikenoptochtrupsen kunnen heten, of eikenpolonaiserupsen.

Staatsbosbeheer bestrijdt de eikenprocessierups liever niet omdat dit nadelige effecten kan hebben op andere (insecten)soorten. Bovendien zijn de rupsen ook voedsel voor veel vogels; ze staan op het menu van de spreeuw, kauw, kool- en pimpelmees, en zijn op die manier onderdeel van de kringloop in de natuur. Wanneer er sprake is van veel overlast kunnen we paden en wegen afsluiten of de rupsen verwijderen. In het Speelbos in het Bredase Mastbos worden bijvoorbeeld nesten preventief verwijderd." (bron en voor nadere informatie zie: Staatsbosbeheer)

- "Onderzoek van Koppert Biological Systems en praktijkervaringen wijzen uit dat het aaltje Steinernema feltiae van Koppert de beruchte eikenprocessierups uitstekend weet te bestrijden. Dat is goed nieuws voor gemeenten en andere groenbeheerders, die elk jaar en bijna tevergeefs steeds meer geld in de bestrijding van het plaaginsect moeten stoppen. Gemeenten en andere beheerders van openbaar groen en natuur bestrijden de rups op tal van manieren. Van afbranden, afspoelen en het wegzuigen van de nesten tot en met het plaatsen van nestkastjes voor koolmezen (die de rups vreten) en het zaaien van kruidenmengsels die natuurlijke vijanden van de rups moeten aantrekken. Geen van die technieken is afdoende. Een aantal ondernemingen die voor de gemeenten de bestrijding verzorgen, de zogeheten uitvoerders, gebruikt het bacteriepreparaat Xentari. Dat werkt, maar heeft een groot nadeel: het middel is niet selectief en doodt ook allerlei andere insecten en dat brengt ernstige schade toe aan de biodiversiteit. De winst aan de ene kant is een groot verlies aan de andere kant.

Prima preventieve werking
De nematoden van Koppert zijn een goed alternatief, vertelt accountmanager Arno van der Zwan. "Ons aaltje Steinernema feltiae blijkt een sterk preventieve werking te hebben. Dit hebben wij in eigen onderzoek vastgesteld, maar we horen het ook van de uitvoerders." De rups is het beste preventief te bestrijden in de eerste twee stadia van zijn cyclus. Dat maakt het bacteriepreparaat Xentari een minder goede optie. Want dit middel wordt via de bladeren overgedragen op de vretende rupsen en kan dus pas worden gebruikt als de bomen tenminste 30 procent blad dragen. Dat is vanaf mei, de rups is dan al verder in zijn ontwikkeling. "Onze aaltjes daarentegen kunnen op de eerste twee stadia van de rups worden gespoten. Hoe kleiner de rups, hoe beter de werking. Het voordeel is dat andere insecten dan niet worden gedood, want de eikenprocessierups is al heel vroeg in het voorjaar actief. Hij zit dan als eerste en als enige in de bomen, alleen hij wordt dus gepakt. Met het oog op de biodiversiteit is dat een groot pluspunt", zegt Arno.

De sleutel tot succes
Zoals altijd met nematoden is een precieze toepassing de sleutel tot succes. Gemeenten of de uitvoerders moeten de besmetting goed monitoren, zodat zij de aaltjes op het juiste stadium op de bomen spuiten. Het weer op het moment van bespuiting is ook belangrijk: nooit overdag spuiten maar 's avonds, als de rupsen actief zijn; nooit spuiten als het regent, want regen verdunt de spuitvloeistof; en nooit in de felle zon of bij harde wind, dan droogt de spuitvloeistof te snel op. "Wij zijn ervan overtuigd dat ons aaltje de beste remedie is", zegt Arno van der Zwan. Zijn collega's van R&D hebben ook al een sterke bestrijdende werking van Steinernema feltiae op de dennenprocessierups vastgesteld, die als nieuwe bedreiging wordt gezien.

"Gegarandeerd sterke bestrijding"
Wolterinck BV in Beltrum is specialist in boomverzorging en onkruidbeheersing op verhardingen en werkt in opdracht van gemeenten en andere overheden. Mede-eigenaar en algemeen directeur Ivo de Groot ziet de bestrijdende kracht van Steinernema feltiae op de eikenprocessierups. "Wij gebruiken het aaltje al enkele jaren. Het product heeft bij ons de voorkeur boven Xentari. Dat mag bijvoorbeeld langs waterwegen niet worden gebruikt en kan pas worden gebruikt als de bomen blad dragen. Het gebruik van aaltjes is ook in stedelijk gebied een betere oplossing." Wolterinck BV spuit de aaltjes als het eipakket van de rupsen uitkomt. Eventueel is een tweede bespuiting mogelijk, met aaltjes of met aaltjes plus Xentari. "Dat werkt een dag of tien en als de bomen minimaal 30 procent bladbedekking hebben, kun je ook van het bestrijdend effect van Xentari profiteren."

Fervent voorstander
Wolterinck BV is fervent voorstander van het gebruik van Steinernema tegen de eikenprocessierups. Ivo de Groot: "Het product heeft gegarandeerd een sterke, preventieve werking, het is honderd procent natuurlijk en het spaart de biodiversiteit." Hij hoopt dat de gemeenten en andere groenbeheerders hun naïviteit loslaten. "De eikenprocessierups is een plaag, met een hoofdletter P, en hij is gevaarlijk voor de volksgezondheid." " (bron: Koppert, oktober 2019)

Kennisplatform Processierups

In opdracht van het Ministerie van LNV is anno 2019 een Kennisplatform Processierups in oprichting, waarin allerlei partijen gaan samenwerken om de overlast veroorzaakt door de eikenprocessierups te verminderen en te voorkomen. Een van de eerste acties is de lancering van Processierups.nu. De experts van het Kenniscentrum Eikenprocessierups geven hier op meer dan 100 vragen een antwoord.

De eikenprocessierups houdt Nederland in zijn greep. In vrijwel heel Nederland ondervinden mensen in de zomer overlast als gevolg van het grote aantal brandharen die elke rups bij zich draagt. Volgens het Kenniscentrum Eikenprocessierups steeg het aantal rupsen in 2018 sterk ten opzichte van 2017. In 2019 vond op veel plaatsen een verdrievoudiging plaats. Het grote aantal rupsen in combinatie met speciale weersomstandigheden (veel wind) heeft er voor gezorgd dat veel meer mensen en dieren dan normaal in 2019 overlast en gezondheidsklachten ervaren. De grote hoeveelheid media-aandacht in juni 2019 is een duidelijke indicatie voor de omvang van de problematiek.

Veel onduidelijkheid
Veel mensen en organisaties hebben vragen over de eikenprocessierups. Wat zijn de gezondheidseffecten? Kan ik kamperen in besmet gebied? Kan ik hooi besmet met brandharen nog gebruiken? Hoe kan ik de overlast en gezondheidsklachten beperken? Hoe bestrijd ik de processierups? Kan ik buiten geteelde groenten in een besmet gebied eten? Moeten we niet alle eiken omhakken? Kun je de rupsen nu wel of niet verbranden? Er gaan inmiddels met betrekking tot bestrijding allemaal verhalen rond die niet kloppen, wat leidt tot extra overlast en onnodige gezondheidsrisico’s. Het ontbrak tot nu toe aan een centraal informatiepunt waar betrouwbare antwoorden over al die vragen kunnen worden gevonden.

Al meer dan 100 vragen en antwoorden op Processierups.nu
In juni 2019 heeft het ministerie van LNV samen met experts van het Kenniscentrum Eikenprocessierups en het KAD gesproken over de korte- en langetermijnacties die nodig en mogelijk zijn. Het ministerie heeft het Kenniscentrum Eikenprocessierups gevraagd om een website te lanceren. Op Processierups.nu geven de experts antwoorden op meer dan 100 veelgestelde vragen. De vragen kunnen eenvoudig worden gefilterd op doelgroep (bijvoorbeeld tuineigenaar, organisator festival, gemeente) of op thema (bijvoorbeeld gezondheid, brandharen, bestrijding). De vragen en antwoorden kunnen eenvoudig via sociale media worden gedeeld. Bezoekers kunnen via de site nog ontbrekende vragen stellen.

Meer acties Kennisplatform Processierups
Er zal gekeken worden welke acties er nog meer genomen moeten en kunnen worden en welke organisaties welke rol krijgen in het Kennisplatform Processierups. In ieder geval zal op korte termijn door het Kenniscentrum Eikenprocessierups de Leidraad beheersing eikenprocessierups worden geactualiseerd en wordt gekeken hoe we op korte termijn het netwerk van vlindervallen kunnen uitbreiden. Met dat netwerk kunnen we een goed beeld vormen van hoe de plaagdruk in 2020 zal zijn en tijdig preventieve maatregelen nemen. De betrokken partijen willen benadrukken dat door het gebrek aan bestrijdingscapaciteit in 2019 de overlast slecht tot niet tot acceptabele niveaus is terug te brengen, waardoor veel mensen ongewenst gezondheidsklachten ondervinden. (bron: Kenniscentrum Eikenprocessierups, juni 2019)

Natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups

- In het dorp Wapserveen behaalt de Boermarke in een proefproject van 2017-2020 goede resultaten met de bestrijding van de eikenprocessierups, door de aanleg van beplanting en de installatie van nestkasten die dieren aantrekken die de rups als voedsel op hun menu hebben staan. Voor nadere informatie zie de link.

- "Eikenprocessierupsen hebben brandharen die hevige jeuk opleveren. De afgelopen jaren is de hoeveelheid overlast die mensen ervaren van de brandharen van de rupsen toegenomen. Gemeenten spannen zich al decennia in om eikenprocessierups te bestrijden. Bestrijding met chemische en biologische middelen, of met flinke stofzuigers. Het is duur en gaat gepaard met nevenschade. De chemische en biologische bestrijdingsmiddelen doden vrijwel alle insecten in de eikenbomen. Het opzuigen is de minst slechte optie, maar dat gaat relatief traag. Dit kan beter en duurzamer met een natuurlijke bestrijding door vleermuizen, vogels en sluipwespen, stelt Vogelbescherming Nederland.

Vogels, vleermuizen en sluipwespen kunnen een partner zijn mits er wordt gezorgd voor een landschap waarin deze soorten zich thuis voelen. Aangezien bomen langs wegen niet oud mogen worden staan er slechts bomen met maar heel weinig nestgelegenheid voor vogels. Ter compensatie kan worden gezorgd voor grote aantallen nestkasten. Kool- en pimpelmezen, maar ook boomklevers, voeren hun jongen grote aantallen rupsen. Vleermuizen eten de vlinders. Sluipwespen leggen hun eitjes in het lichaam van een rups, waarna de wespenlarf de rups stukje bij beetje opeet.

Een soortenrijke, meer natuurlijke leefomgeving helpt te voorkomen dat een soort de overhand krijgt. In een gezond ecosysteem, met veel soorten bij elkaar die elkaar ‘in het gareel’ houden, krijgt één soort minder de kans om erg talrijk te worden. Een vlinderrups die opeens algemeen wordt, vestigt de aandacht van roofdieren extra op zich. In het geval van de eikenprocessierups betekent dit dat ook sluipwespen en mezen zich op de rupsen kunnen storten. Onderzoeken in verschillende Nederlandse gemeenten, waaronder Ede en Rheden, wijst uit dat in een omgeving met een rijke variatie aan wilde planten en diersoorten, de rupsen veel minder talrijk worden dan op plekken waar een ‘monocultuur’ van eiken langs strak gemaaide wegbermen staan. De koekoek kan als geen ander overweg kan met harige rupsen. De meeste vogels eten ze niet graag. Ook koolmezen pakken liever andere rupsen, pas als ze in grote getalen aanwezig zijn loont het voor hen de harige maar gewoon te pakken in plaats van te zoeken naar kleine, kale groene rupsjes. De harige exemplaren worden door de koolmezen ‘gepeld’ en dan over de 8 tot soms wel 14 mezenkuikens verdeeld. In 2 weken tijd eet een mezenjong circa 800 rupsen. (bron: Vogelbescherming Nederland, 9-7-2019)

"Niemand kan meer om de eikenprocessierups heen; hij wordt dan ook actief bestreden. Alle bestrijdingsmiddelen hebben echter hun beperkingen en lossen waarschijnlijk op lange termijn het probleem niet op. De Vlinderstichting startte daarom in 2015 een onderzoek naar het effect van bloemrijke bermen op natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups, en daarmee ook op de aantallen eikenprocessierupsen. Bloemrijke bermen zijn niet alleen mooi om te zien, maar ze kunnen ook de biodiversiteit bevorderen. De bekendste soortgroepen die baat hebben bij deze bermen zijn vlinders en bijen die nectar van bloemen drinken, maar er zijn nog veel meer soorten die ervan profiteren. In de landbouw is bijvoorbeeld aangetoond dat kruidenrijke akkerranden kunnen zorgen voor meer natuurlijke vijanden waardoor er minder plaagoverlast is van bladluizen in de gewassen.

Met dit in het achterhoofd is De Vlinderstichting in 2015 gaan onderzoeken of bloemrijke bermen bijdragen aan de beheersing van de eikenprocessierups. Hiervoor zijn acht bermen ingezaaid met een lokaal bloemenmengsel van HEEM om de natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups te stimuleren. Deze bermen zijn vergeleken met acht andere bermen in de directe omgeving waar weliswaar regulier beheer plaatsvindt, maar de eikenprocessierups ook niet wordt bestreden. Tussen deze bermen wordt het verschil onderzocht in het oppervlak van de nesten, en de aanwezigheid van potentiële natuurlijke vijanden. Onder de natuurlijke vijanden vallen enkele echte specialisten die alleen maar op de eikenprocessierups parasiteren, zoals enkele soorten sluipvliegen en sluipwespen, maar ook generalisten zoals larven van gaasvliegen, lieveheersbeestjes, zweefvliegen, carnivore wantsen en loopkevers. De bloemen stimuleren de eikenprocessierups niet omdat de vlinders geen monddelen hebben, en dus geen nectar drinken.

Een populatie natuurlijke vijanden is niet in enkele jaren opgebouwd, en in het onderzoek zijn tot nu toe dan ook nog geen aantoonbare verschillen gevonden tussen het oppervlak aan nesten in de ingezaaide bermen, en de niet-ingezaaide bermen. Ook tussen het aantal kruiden in de bermen en de hoeveelheid natuurlijke vijanden kon gemiddeld genomen nog geen verschil worden aangetoond. Dit komt echter voornamelijk door het afwijkende beeld van één locatie waar uitzonderlijk veel ongewervelden zijn gevangen in een berm met erg weinig kruiden. Dit komt mogelijk door invloeden van buiten de onderzochte bermen. Daarnaast zijn er in één berm in het najaar ook de nesten van de eikenprocessierups onderzocht op de poppen van sluipvliegen om de populatieopbouw te kunnen volgen. Het eerste jaar nadat de bomen nog waren behandeld met XenTari (een biologisch insecticide dat wordt gebruikt voor de bestrijding van diverse soorten vlinders en motten) werden er helemaal geen poppen van sluipvliegen aangetroffen. Het tweede jaar van het onderzoek zaten er in 23 procent van de nesten sluipvliegen; in het derde jaar zaten er maar liefst in 69 procent van de nesten poppen van sluipvliegen. Met één berm is nog niet veel aan te tonen, maar het bevestigt wel het beeld dat de populatie van natuurlijke vijanden zich opbouwt.

Om te weten te komen of de natuurlijke vijanden in staat zijn om de eikenprocessierups in toom te houden, blijven we de komende tijd nog monitoren. We zijn de afgelopen jaren in ieder geval al meer te weten gekomen over de eikenprocessierups en hebben in dit onderzoek ook al andere bijzondere waarnemingen gedaan. Zo zijn er als bijvangst enkele zeldzame soorten bijen, wespen en mieren gevonden. Partners in het onderzoek: Gert-Jan Koopman (HEEM), Silvia Hellingman (Hellingman Onderzoek en Advies) en Jeroen de Rond (Naturalmedia). Het onderzoek wordt mede mogelijk gemaakt door: Provincie Gelderland, gemeente Rheden, gemeente Renkum en gemeente Heerde." (bron: De Vlinderstichting, juli 2019)

Reactie toevoegen