Kustverdediging

Kustverdediging tussen dubbele dijken: veilige, natuurlijke en goedkopere oplossing

"Door eb en vloed weer toe te laten in een zogeheten ‘wisselpolder’ tussen twee dijken, kan de verdediging van de kust een stuk duurzamer, natuurlijker én goedkoper worden. Dat schrijven Jim van Belzen, Gerlof Rienstra en Tjeerd Bouma in het in januari 2021 verschenen rapport 'Dubbele dijken als robuuste waterkerende landschappen voor een welvarende Zuidwestelijke Delta'. Het rapport is geschreven in opdracht van het Wereld Natuur Fonds. De auteurs van het NIOZ (Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee) en van Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies hebben gerekend aan de mogelijkheden om wisselpolders te realiseren langs de kusten van de Westerschelde, de Oosterschelde en het Haringvliet. Kustverdediging op basis van wisselpolders is door nieuwe economische functies al gauw goedkoper dan op basis van het steeds ophogen van dijken, waarbij het achterland bovendien blijft dalen en verzilten.

Wisselpolder tussen dubbele dijken vangt waardevol slib. Het principe van een wisselpolder is gebaseerd op een dubbele dijk. In de huidige zeedijk wordt een opening gemaakt, waardoor eb en vloed weer vrij spel krijgen in het achterliggende land. De zee wordt vervolgens tegengehouden door een tweede dijk: een al bestaande voormalige zeedijk, slaperdijk of nieuw aan te leggen tweede dijk. Die kan iets lager en goedkoper zijn dan de huidige zeewering, omdat de ergste kracht dan achter de eerste dijk al uit het water is gehaald.

Het land tussen de dijken zal vervolgens langzaam ophogen door het slib dat na iedere vloed achterblijft. Langs de Westerschelde zal dit met ongeveer drie tot vijf centimeter per jaar zijn. Na een halve eeuw ligt het land tussen de dijken dus tot wel drie meter hoger. In de tussentijd kan er op het groeiende land aquacultuur worden bedreven, kunnen er zilte gewassen groeien en kan later op de vruchtbare zeeklei weer gewone landbouw worden bedreven. Bovendien kan een deel van de wisselpolder worden ingericht als natuurgebied voor steltlopers en andere plant- en diersoorten die van getijdegebieden afhankelijk zijn.

Stimulans voor regionale economie. Zeker in Zeeland ligt het prijsgeven van land aan de zee gevoelig, dat bewijst onder meer de slepende discussie die aan het ontpolderen van de Hedwige-Prosperpolder voorafging. “Voor een wisselpolder ligt dat duidelijk anders”, benadrukt de eerste auteur van het rapport, ecoloog Jim van Belzen. “In tegenstelling tot eerdere ontpolderingen, hebben dubbele dijken met wisselpolders als hoofddoel waterveiligheid; iets wat diep verankerd is in de Zeeuwse ziel. Een stuk land wordt daarom ook alleen maar tijdelijk onder water gezet. In die tijd kan er heel veel waarde uit worden gehaald, via bijvoorbeeld mosselteelt of de teelt van zeekraal. En via natuur, wat goed is voor toerisme. Door die opbrengsten valt de kosten-batenanalyse voor een wisselpolder ook veel gunstiger uit dan voor het steeds blijven ophogen van de bestaande zeedijken.”

“Naast die gunstige kosten-batenanalyse geeft een wisselpolder ook een enorme stimulans aan de regionale economie”, zegt economisch adviseur Gerlof Rienstra. “Wat je in zo’n polder investeert, levert via nieuwe gebruiksfuncties zoals zilte teelt, aquacultuur, recreatie in onder andere de ontstane natuur en landbouw een blijvende waardevermeerdering op.”

Niet te lang wachten. De auteurs stellen dat de Westerschelde, die relatief veel slib zal afzetten in de wisselpolders, het snelst rendement zal opleveren in termen van kustverdediging. In de Oosterschelde, waar minder slib in het water zweeft, duurt het langer voordat het land achter de dijk voldoende zal zijn opgehoogd. “Gezien de naderende zeespiegelstijging is het daar dus helemaal van belang om dit soort maatregelen tijdig in te zetten en niet pas over dertig jaar”, aldus Van Belzen. Oproep. In januari 2021 heeft WWF samen met 19 andere partijen daarom al opgeroepen tot het instellen van een nationaal onderzoeksprogramma, het starten van twee pilots en vragen de partijen aan het Ministerie van IenW om in 2021 capaciteit en middelen in te zetten." (bron: WWF Nederland, januari 2021)

Reactie toevoegen