Vleermuizen

Vleermuisverblijfplaatsen.nl

"In rap tempo verdwijnen verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen, mede als gevolg van grootschalige (na-)isolatie en energieneutraal bouwen. Hoewel duurzaam bedoeld, ontbreekt het vaak aan inzicht in welke gebouwen vleermuizen mogelijk gebruiken en in hoeverre hun verblijfplaatsen worden aangetast. De website Vleermuisverblijfplaatsen.nl heeft als doel daar verandering in te brengen. Ter ondersteuning van overheden, projectontwikkelaars, woningbouwcorporaties en andere initiatiefnemers werken Regelink Ecologie & Landschap en Batweter Vleermuisonderzoek en Advies met deze website aan een voorspellingsmodel. De opdrachtgever - de Provincie Overijssel - wil meer inzicht krijgen in de feitelijke en potentiële verspreiding van beschermde vleermuissoorten.

Voorspellingsmodel. Het model heeft als doel in beeld te brengen wat de kans is dat een vleermuissoort – bijvoorbeeld een gewone dwergvleermuis - een gebouw gebruikt voor een bepaalde functie – bijvoorbeeld als kraamverblijfplaats om de jongen groot te brengen. Omdat veldonderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen tijdrovend en kostbaar is, kan met behulp van het model ecologisch onderzoek efficiënter worden vormgegeven. Daarnaast kunnen bij beleidskeuzes en grootschalige sloop-, renovatie- en na-isolatieprojecten de effecten op vleermuizen beter in beeld worden gebracht. Hiermee kunnen eerder in het proces beter onderbouwde keuzes worden gemaakt. Bovendien leidt betere kennis van waar vleermuizen het liefst verblijven ook tot betere mogelijkheden om met een natuurinclusieve aanpak vleermuizen proactief te beschermen."

Zoldertellingen vleermuizen

"Al sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw worden overal in Nederland zolders en torens bezocht om te zoeken naar (sporen van) vleermuizen. Sinds 2008 zijn deze tellingen onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM). Zolders, torens en soms zelfs stallen of oude loodsen vormen voor een aantal vleermuissoorten, zoals laatvlieger, grootoorvleermuizen en ingekorven vleermuis, belangrijke (kraam)verblijfplaatsen. Ook andere soorten vleermuizen maken regelmatig gebruik van dergelijke ruimten. Bij de zoldertellingen van het NEM ligt in de eerste plaats de focus op het bezoeken van de verblijfplaatsen van de ingekorven vleermuis (telseizoen start op 15 juli) en grijze grootoorvleermuis (telseizoen start op 1 augustus). Van deze soorten worden vrijwel de gehele (zomer)populaties geteld. Door dit jaarlijks te herhalen kan voor deze soorten de populatietrend worden bepaald: wordt de populatie groter, kleiner of blijft ze op een gelijk niveau? Voor alle zolders en torens waar ook andere soorten vleermuizen worden aangetroffen, vormen de tellingen een bijdrage in het verspreidingsonderzoek van die vleermuizen. Veranderingen in de verspreiding op zolders en torens geven voor die soorten een aanwijzing voor veranderingen in de populaties, mits er veel zolders en torens herhaaldelijk worden bezocht.

Een bezoek aan een kerkzolder of -toren is een belevenis op zich. Gewapend met zaklamp, hoofdlamp, fotocamera, verrekijker en als nodig handzame determinatieboekjes, betreed je plekken waar normaliter bijna niemand komt. Eenmaal op de zolder of in de toren speur je naar vleermuizen en hun sporen, met name de kleine keuteltjes. Ook aan de hand van de keuteltjes kunnen een aantal soorten vleermuizen worden onderscheiden. Behalve een kans op het zien van vleermuizen geeft zo’n bezoek vaak ook zicht op wijdse uitzichten en bijzondere bouwkunde. Na de telling worden resultaten via een digitaal portaal doorgegeven aan de Zoogdiervereniging, en vervolgens aan het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS).

De grijze grootoorvleermuis is in Nederland een zeldzame vleermuis. We vinden haar momenteel in Limburg, Zuidelijk Noord-Brabant en Zeeuws-Vlaanderen. Dit vormt de noordelijke grens van haar verspreidingsgebied in Nederland. De populatietrend over lange termijn is positief, maar de laatste vijf jaar schommelt ze veel. In totaal kennen we 84 objecten waar (ooit) grijze grootoorvleermuizen zijn gevonden. In een deel daarvan wordt ze inmiddels niet meer aangetroffen, en een ander deel wordt niet jaarlijks geteld. Het zou goed zijn als die objecten weer eens bezocht zouden worden.

De ingekorven vleermuis is een uiterst zeldzame vleermuis in Nederland. Alleen in een zeer beperkt aantal verblijfplaatsen worden grote groepen dieren geteld. Nadat in 2012 een van die verblijfplaatsen opeens was verlaten, werd een intensieve zoektocht opgezet. Dat leverde een aantal voorheen onbekende verblijfplaatsen op. In totaal kennen we nu zestien verblijfplaatsen van deze soort; het overgrote deel daarvan wordt jaarlijks bezocht. Omdat het om zo weinig verblijfplaatsen gaat en historische data deels ontbreken, wordt momenteel de standaard trend aangepast en kunnen we hier geen actuele trend weergeven.

Buiten de in Zuid-Nederland gelegen gebouwen waar grijze grootoorvleermuizen en ingekorven vleermuizen worden geteld, worden in heel Nederland nog veel meer zolders en/of torens bezocht. Soms worden grote groepen vleermuizen aangetroffen zoals watervleermuizen of meervleermuizen in Noord-Holland en Friesland, of laatvliegers in Gelderland en Limburg. Gewone grootoorvleermuizen worden bijna overal in Nederland wel op zolders of in torens gezien. Meestal vind je sporen van vleermuizen en een tot enkele dieren. Dergelijke waarnemingen zijn een belangrijk onderdeel van het verspreidingsbeeld van die soorten in Nederland.

Zoldertellingen van vleermuizen zijn leuk, spannend en vooral belangrijk voor het onderzoek en de bescherming van vleermuizen. Voor het meedoen met het meetprogramma NEM Zoldertellingen Vleermuizen is ervaring met vleermuizen niet vereist. Je gaat eerst mee met meer ervaren tellers en leert zo (sporen van) vleermuizen herkennen. Heb je al wel ervaring met het herkennen van (sporen van) vleermuizen dan kun je, na afstemming met de provinciaal coördinator, zelf op pad. In verband met veiligheid ga je in principe altijd met meerdere mensen een zolder op of toren in. De Zoogdiervereniging heeft een handig determinatieboekje en -kaart beschikbaar. Wil je meedoen of meer informatie over de zoldertellingen van vleermuizen in Nederland, mail dan naar nemzoldertellingen@Zoogdiervereniging.nl." (bron: Zoogdiervereniging, juni 2019)

Vleermuisprotocol

"Het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging hebben in oktober 2020 het Vleermuisprotocol 2021 gepubliceerd. Het Vleermuisprotocol beschrijft het benodigde onderzoek om de kans op aanwezigheid of afwezigheid van vleermuizen en gebiedsfuncties voor vleermuizen afdoend vast te stellen voor ruimtelijke ordeningsprocedures. Bevoegde gezagen gebruiken het protocol bij hun beoordeling van vergunning- en ontheffingaanvragen voor de Wet Natuurbescherming. Het Vleermuisprotocol is de kwaliteitsstandaard voor de (lastige) vleermuisinventarisaties die vaak nodig zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen. De brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging ontwikkelden in 2009 in overleg met de toenmalige Dienst Landelijk Gebied en de toenmalige Gegevensautoriteit Natuur het eerste Vleermuisprotocol. Het protocol wordt in het Vleermuisvakberaad door deskundigen van het Netwerk Groene Bureaus, de Zoogdiervereniging en bevoegde gezagen regelmatig geëvalueerd en zonodig geactualiseerd. Met het protocol zijn zowel bedrijfsleven, overheid als adviesbureaus gebaat.

Doel van het protocol. Het protocol heeft tot doel het belang en de functies van gebieden voor soorten vleermuizen effectief vast te stellen voor de Wet Natuurbescherming. Het is een hulpmiddel voor deskundige vleermuisonderzoekers en de beoordelaars van vleermuisonderzoek om te bepalen wat een juridisch redelijke onderzoeksinspanning is voor een specifieke locatie. Het protocol bundelt daartoe de bestaande kennis over onder meer de beste veldcondities, de perioden voor onderzoek, het aantal en de duur van veldbezoek en de toe te passen methoden. Het protocol geeft niet aan onder welke condities vleermuizen al dan niet voorkomen, maar onder welke condities de aanwezige vleermuizen het best kunnen worden waargenomen.

Juridische zekerheid. Het protocol is opgesteld om het onderzoek voor de Wet Natuurbescherming optimaal te laten verlopen. Wanneer het protocol in essentie is gevolgd, bestaat grote mate van juridische zekerheid dat voldaan is aan een wettelijke en maatschappelijk verantwoorde inspanning om na te gaan of soorten en functies van gebieden in het geding zijn. In het bijzonder wanneer de aanwezigheid van gebiedsfuncties of soorten wordt uitgesloten, zou een onderzoek volgens het protocol als juridisch voldoende moeten worden aangemerkt. Het protocol is geen star voorschrift: mits afdoende gemotiveerd, is afwijken van het protocol mogelijk. Het toepassen van het protocol geeft grote mate van zekerheid dat het bevoegd gezag bij de aanvraag van een Verklaring Van Geen Bezwaar bij de Omgevingsvergunning of ontheffing voor de Wet natuurbescherming geen aanvullend inventarisatieonderzoek verlangt en dat een onderzoek stand houdt in een eventuele juridische procedure. De gegevens uit het onderzoek volgens het protocol vormen ook de basis voor het nemen van begeleidende maatregelen." (bron: Netwerk Groene Bureaus, oktober 2020)

Reactie toevoegen