Vogels

350 Nederlandse vogelkijkgebieden op de kaart

"Begin 2020 is het Nederlandse initiatief Birdingplaces.eu gelanceerd. De website wil het vinden van mooie en leuke vogelgebieden in Europa vergemakkelijken en zo het draagvlak voor de bescherming van vogels en hun leefgebieden vergroten. Deze Europees-brede benadering slaat aan. Gedurende het jaar 2020 zijn al meer dan 2000 vogelgebieden door Europese vogelaars op de website geplaatst. Daarvan zijn er maar liefst 350 vogelgebieden in Nederland! Er is er dus altijd wel een leuk vogelgebied in de buurt. Bij elk gebied vind je de info die je nodig hebt om een gebied te ontdekken en een ochtend lekker vogels te kijken; inclusief routebeschrijving, parkeerplaats, plattegrond, wandelroute, een vogellijst met welke vogels je er kunt zien en de beste vogelkijkpunten.

Persoonlijke gids door het gebied. Ook als je een gebied hebt uitgezocht en gaat bezoeken, biedt Birdingplaces.eu een helpende hand. Via je smartphone kun je de uitgestippelde wandelroute nauwkeurig volgen en word je op de beste plekken en vogelkijkpunten gewezen. In een handige lijst krijg je tevens te zien welke vogels je in het gebied kunt verwachten. En als je bent uitgekeken in een gebied, kun je meteen zien welke andere vogelgebieden te vinden zijn in de buurt. Zo vind je dus razendsnel leuke vogelgebieden, zowel thuis achter je pc als met je telefoon in het veld.

Feestdagentoppers. Waar kun je het best vogels kijken in de winter? Heel veel vogelgebieden zijn ook in de winter nog steeds de moeite waard. Zo zijn in de bossen nog alle spechtensoorten te vinden (op de draaihals na, die trekt naar Afrika). Schoonheden als de zwarte specht, groene specht en alle drie soorten bonte spechten zijn nog gewoon te zien. Ze zijn bovendien gemakkelijker te zien, doordat de bladeren van de bomen zijn gevallen. Dat geldt ook voor leuke bosvogels als kuifmees, zwarte mees, boomklever, sijs, keep en kruisbek. Voor de echt grote hoeveelheden vogels moet je in de winter naar de grote wateren, waar je duizenden eenden, ganzen en andere watervogels kunt zien overwinteren. Dit zijn inderdaad de Delta, het Waddengebied, het IJsselmeer, het rivierengebied of grote grindplassen. Op Birdingplaces.eu zijn op al deze plekken snel vogelgebieden te vinden.

Mis je een vogelgebied? Mis je een leuke vogelplek? Je kunt op Birdingplaces.eu gemakkelijk zelf een vogelgebied toevoegen. Ga dan naar de site en klik op ‘Plaats een vogelgebied’. In acht eenvoudige stappen zet je een gebied op de kaart en ben je ‘eigenaar’ van je eigen gebied. Je helpt zo niet alleen andere vogelliefhebbers met het ontdekken van nieuwe gebieden, het is bovendien een leuke manier om je vogelkennis in te zetten tijdens de lange avonden rond de feestdagen. #EnjoyAndProtect!" (tekst: Chris Jan van der Heijden, Vogelbescherming Nederland, december 2020)

Weidevogels

Weidevogelbescherming: visie van de Vogelbescherming

"Ook al geven de cijfers van aantallen vogels nog weinig reden tot optimisme, veel partijen zetten zich vol overgave in voor de vogels van het boerenland. Vogelbescherming juicht dat van harte toe. Niet in de laatste plaats gaat om de veeboeren die iets extra’s doen en zelf actief het biotoop voor de weidevogels op hun bedrijf verbeteren. In april 2019 kwam een methode om weidevogelnesten te beschermen in het nieuws, die door boer Jelle Hibma werd gepresenteerd. Zijn methode komt erop neer dat door het (ver)plaatsen van een nest in een kuiltje, het nest dieper komt te liggen. Daardoor loopt het minder risico om tijdens het maaien te sneuvelen. De boer kan er als het ware overheen maaien. Dit staat naar de bedenker inmiddels bekend als de Jelle Hibma-methode (voor nadere informatie daarover zie de pagina Geesteren OV > Landschap etc.).

We plaatsen hier enkele opmerkingen bij. Effectieve weidevogelbescherming gaat volgens Vogelbescherming over het realiseren van een totaal aan juiste omstandigheden voor de ouders, eieren en kuikens: rust om te broeden, voldoende voedsel voor oude en jonge vogels en een acceptabele predatiedruk. Deze omstandigheden bereik je onder meer met een hoog waterpeil met plasdras in het voorjaar, kruidenrijk en langzaam groeiend grasland. En natuurlijk wordt dit gras pas gemaaid als alle kuikens vliegvlug zijn (circa 15 juni). Vogelbescherming snapt, dat niet iedere boer met weidevogels dit totaal aan maatregelen op heel zijn bedrijf kan nemen. Maar als boeren gezamenlijk een goed doordacht mozaïek aanleggen, kan er veel worden bereikt. Daarnaast kan het zinvol zijn om broedende vogels te beschermen door de nesten te beschermen tegen vernieling door machines of weidend vee. Maar het beschermen van nesten heeft alleen zin als de kuikens van weidevogels voedsel (lees: insecten) en dekking in de nabijheid kunnen vinden. Teveel kuikens sneuvelen, omdat ze grote afstanden moeten afleggen over kort gemaaid grasland en wegen en sloten moeten oversteken. Zij zijn zo een te gemakkelijke prooi voor predatoren (vliegend, lopend, zwemmend), of ze sterven een hongerdood.

De methode om nesten te zoeken en in een kuiltje te stoppen, is niet nieuw. Het voorkomt weliswaar dat eieren kapot gemaaid worden, maar een mogelijk meer broedvaste vogel zal de maaimachine niet kunnen ontvluchten. Het alternatief is het niet-maaien van gras rond een weidevogelnest, bijvoorbeeld 7 x 7 meter. Dat kan voor predatoren weliswaar een aanwijzing vormen dat ze daar prooien vinden, maar het geeft kuikens na uitkomst in ieder geval schuilgelegenheid en wat voedsel. Wat Vogelbescherming betreft, blijft voorop staan dat kuikens met hun ouders snel en eenvoudig een voedselrijk en veilig terrein moeten kunnen bereiken. Want alleen kuikens die volwassen worden, dragen bij aan het voortbestaan van de soort.

Nieuw verdienmodel nodig
Vogelbescherming is voorstander van een meer structurele oplossing om weidevogels van de ondergang te redden. Duidelijk is dat goede levensomstandigheden creëren voor weidevogels ten koste gaat van de grasopbrengst. Boeren moeten daarvoor worden gecompenseerd. Op dit moment geven provincies geld aan collectieven van boeren op basis van een gedegen gebiedsgericht plan. Mooier is het als ‘weidvogelvriendelijke’ zuivel niet afhankelijk is van subsidies. Dat kan als consumenten de boeren belonen die iets extra’s doen door hun ietsjes duurdere producten te kopen en als supermarkten die producten ook in het schap zetten. Helaas is dat nog geen gemeengoed, maar consumenten kunnen gelukkig nu al kiezen voor zulke zuivel. Wil jij ook weidevogelvriendelijke zuivel gebruiken? Kijk op de Vogelvriendelijke Zuivelwijzer van Vogelbescherming voor alle mogelijkheden." (bron: Vogelbescherming Nederland, 30-4-2019)

Stichting Versterking Weidevogelgebieden

BoerenNatuur, Vogelbescherming Nederland en FrieslandCampina hebben in juni 2019 gezamenlijk de onafhankelijke Stichting Versterking Weidevogelgebieden opgericht. Om verschillende redenen staat de weidevogelstand onder druk. De maatschappij en de melkveehouderij raken daar steeds meer van doordrongen. Gezamenlijk beheren de Nederlandse melkveehouders 40 procent van het Nederlandse landschap en hebben daarmee invloed op de biodiversiteit. Met fondsen van de stichting kunnen concrete plannen van gebiedsbeheerders en boeren voor weidevogelbeheer tot uitvoer worden gebracht. Het gaat daarbij om ondersteuning bij investeringen in maatregelen of beheer, zoals de aanschaf van waterpompen of materiaal voor predatiebeheer.

Hein Schumacher, CEO Koninklijke FrieslandCampina: ”Samen met onze leden-melkveehouders wil FrieslandCampina een actieve bijdrage leveren aan het behoud van biodiversiteit. Veel van onze leden zetten zich al in om weidevogels te beschermen en dat worden er steeds meer. Boeren kunnen het echter niet alleen en voor een aantal kerngebieden voor weidevogels is snel actie nodig. Door samen te werken met BoerenNatuur, Vogelbescherming Nederland en andere partners, kunnen er concrete stappen worden gezet in de versterking van weidevogelgebieden.”

Via de stichting is het mogelijk om fondsen te werven, partijen met elkaar te verbinden en gebiedsbeheerders en boeren te ondersteunen die net wat meer willen doen voor de weidevogels. Gebiedsbeheerders en (groepen) boeren kunnen plannen indienen voor concrete maatregelen die bijdragen aan de bescherming van weidevogels. Iedereen die weidevogels een warm hart toedraagt, kan bijdragen aan het fonds. Het stichtingsbestuur beoordeelt het plan, waarna de uitvoerders gezamenlijk aan de slag kunnen en het resultaat gezamenlijk uitdragen. In de loop van de zomer van 2019 volgt meer informatie over de voorwaarden en hoe plannen bij de stichting kunnen worden ingediend. (bron: FrieslandCampina, 1-7-2019) - Beluister ook het interview hierover op Omrop Fryslân, 27-6-2019.

Het gif van de grutto-weide

"De Ontsnapping van de Natuur is de titel van het boek dat ecoloog Thomas Oudman en hoogleraar trekvogelecologie Theunis Piersma samen schreven. Prof. Piersma’s leerstoel aan de Rijksuniversiteit Groningen wordt mede betaald door Vogelbescherming. Op de site van Vogelbescherming publiceert hij blogs naar aanleiding van het boek. Hierna de weergave van deel 6 (van 7): "Weidevogels zijn vogels die het voor hun voedsel, hun veiligheid en hun voortplanting moeten hebben van weiden. Dat klinkt logisch. Niet toevallig hebben we in Nederland aan weilanden geen gebrek: ruim 60 procent van het landoppervlak bestaat uit landbouwgrond en daar weer ruim de helft van is grasland. Een weldaad dus voor weidevogels, zou je zeggen. Niks is minder waar, zo weten we intussen; kemphanen zijn als broedvogel verdwenen en andere weidevogels staan op het punt ze te volgen, onze nationale vogel, de grutto, voorop. Noem een oorzaak? Onze weilanden zijn verziekt door een tsunami aan mest; dunne koeienstront plat gezegd.

Bodemverbeteraar. Mijn beide pakes (opa’s) waren boer; veehouders. Best een goed bestaan. Met 25 koeien die ’s zomers in uitbundig bloeiende weiden graasden, tussen jubelende vogels en snorrende insecten, waar ze twee keer per dag met de hand werden gemolken, en die ’s winter op stal stonden. Tweemaal daags kregen ze daar kruidig ruikend hooi van de hooizolder. De hele dag door produceerden ze urine en stront, die in de stal op een simpele maar slimme manier gescheiden werd opgevangen. De urine, rijk aan mineralen, ging in het voorjaar op het gras voor een groei-boost. De stront, vermengd met het stro waarop de koeien stonden, werd twee keer daags afgevoerd naar de mestvaalt, waar bacteriën de zaak vercomposteerden tot ruige (droge) mest. Die werd in het voorjaar over het land uitgestrooid en zorgde voor een geleidelijke en gelijkmatige bemesting. Het was vooral ook een geweldige bodemverbeteraar.

We meenden het beter te weten. Ik weid zoveel woorden aan dit nostalgisch aandoend boerenwerk omdat er complexe biochemische processen aan ten grondslag liggen die toen nog niet bekend waren, maar waarvan we nu weten dat we ze niet kunnen missen. Intussen hebben we ze wel achteloos overboord gegooid. Met de inzet van veel machines, goedkope brandstof, chemische kunstmest en wat slimmigheden wisten we de grasproductie fors op te voeren. We meenden het beter te weten. Precies daarom hebben we nu zo’n groot stikstofprobleem, precies daarom missen we bloemen in de wei, is de biodiversiteit naar de knoppen, zijn grote insecten uit Nederland verdwenen. Het is een keten van ecologisch verval met aan het eind de best wel weerbare weidevogels. De grutto, de kening fan ‘e greide – Fries voor de weidekoning – is hard van zijn troon gestoten.

Na de Tweede Wereldoorlog is er iets drastisch en dramatisch veranderd in de landbouw en veeteelt. De eerste Europese landbouwcommissaris, de Nederlander Sicco Mansholt, wilde de kleine boeren mee in de vaart der volkeren opstoten via productievergroting en een subsidiestelsel. Dat leidde vervolgens tot kunstmestverslaving, maar ook tot wat je ‘productvervreemding’ zou kunnen noemen. Iedereen heeft wel eens iemand schamper horen vertellen over ‘die jeugd van tegenwoordig die niet beter weet of melk wordt in de melkfabriek gemaakt’. Maar zijn die kinderen nou zo dom, of wij omdat we erom lachen? Ik diende eens een voorstel in voor onderzoek naar de rol van insecten in graslanden. Dat paste mooi, dacht ik, bij academisch onderzoek gericht op de zuivelketen. Mijn voorstel werd afgewezen omdat volgens de commissie de zuivelketen pas begint als de melkwagen zijn lading bij de fabriek aflevert. Die kinderen waren dus helemaal niet zo dom!

Drijfmest is een killer. Drijfmest, het moderne mengsel van koeienpis en koeienpoep, is een killer. Het gaat te ver om hier de ingewikkelde chemie ervan te bespreken, maar als zo’n mengsel wordt uitgesproeid over het grasland – wat tot 1994 gewoonte was – komt het giftige ammoniak vrij. Uiterst ongezond voor mens en milieu. Het ‘eerste gezicht’ van de killer. Dat zagen ook de wetenschappers wel en ze bedachten om drijfmest direct in de grasmat te injecteren. Een gifbad voor rode regenwormen en insectenlarven die zich in de bovenste bodemlaag ophouden. Het tweede gezicht van de killer.

Regenwormen vormen het hoofdvoedsel van de grutto en andere weidevogels, net als voor egels, vossen en dassen. Bij gebrek eraan kunnen jonge grutto’s nooit regenwormeters worden. Het derde gezicht van de killer. Het vierde gezicht is er een van grote menselijke drama’s. Elk jaar sterven er mensen een verstikkingsdood door giftige dampen die vrijkomen bij het schoonmaken van gierkelders; loonwerkers, boeren en zelfs reddingswerkers. Ten slotte het vijfde gezicht: via de drijfmest komen ook resten landbouwgif vanuit het krachtvoer, via de koeien, de bodems binnen.

Aanvalsplan grutto. Meerdere keren per jaar wordt meer dan de helft van de Nederlandse grond intensief bewerkt met deze cocktail van actieve stikstof en vergif. Die verwoesting van de nationale grasmat is de voornaamste reden waarom alle investeringen aan goedwillende menskracht, en miljoenen euro’s voor deeloplossingen, de vrije val van grutto’s hooguit hebben vertraagd – maar niet gestopt. Zó nijpend is zijn positie dat er nu een Aanvalsplan Grutto ligt; een reddingsplan waar niet alleen natuurorganisaties als Vogelbescherming in zijn gestapt, maar ook de boeren. Dat laatste is veelzeggend: het aantal melkveehouders neemt namelijk nóg sneller af dan het aantal grutto’s.

Innoverende boeren. Die boeren moeten het sowieso gaan doen, het gaat immers om de toekomst van boerenlandvogels; om het redden van vogelpopulaties die hun bestaan aan boeren hebben te danken! Niet ver van mijn woonplaats, in Sondel, boeren Sierd, Welmoed en Joke Deinum. Ze gebruiken sinds ruim twintig jaar geen kunstmest, bestrijdingsmiddelen en antibiotica meer. Ze schakelden over op de oude methode van bemesting met gier en ruige mest. Het vergde een lange adem voordat de bodem van hun grasland weer vol leven zat, maar nu is de netto productie (dat wat aan de koeien wordt gevoerd) hóger dan die van hun buren die kostbare hulpmiddelen moeten inkopen.

De teloorgang van de grutto staat op het conto van de geïndustrialiseerde veehouderij die door een enorme internationale lobby van financieel belanghebbenden politiek overeind wordt gehouden. Zoals de Deinums in Sondel en vele andere innoverende melkveehouders laten zien is er een alternatieve weg, geïnspireerd op oude kennis en nieuwe ecologische inzichten. Als we ook andere boeren de kans geven om onze graslandbodems gezond en productief te maken, dan worden zuivel en vlees lekkerder, gezonder en vrijwel klimaat-neutraal. We krijgen de grutto’s en andere levensvormen er gratis bij." (bron: Vogelbescherming, januari 2021)

Grutto's

- "In broedseizoen 2019 zijn ongeveer 9000 jonge grutto’s vliegvlug geworden in Nederland. De meeste, zo’n 5400, werden groot in Friesland en circa 3600 in de rest van Nederland. Om de sterfte van oude vogels te compenseren, zouden er echter circa 13.000 vliegvlugge jongen moeten zijn. Het betere broedresultaat in Friesland is waarschijnlijk vooral te danken aan de hoge veldmuizenstand. Hierdoor aten predatoren vermoedelijk meer muizen en minder eieren en kuikens van weidevogels. In 2019 zijn voor de 8e keer op rij landelijke jongentellingen uitgevoerd. Het betreft een samenwerkingsproject van Vogelbescherming Nederland, Sovon Vogelonderzoek Nederland en het gruttoteam van Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Met uitzondering van de redelijk goede broedseizoenen 2013 en 2017, blijft de stand van onze nationale vogel jaar na jaar achteruitgaan. Sinds 1990 is de gruttopopulatie met maar liefst tweederde geslonken. De broedresultaten in Friesland in 2019 zijn wel een lichtpunt.

Intensief grasland, weinig insecten
Sinds enkele jaren zijn de provincies verantwoordelijk voor onze weidevogels. Vogelbescherming Nederland stuurde daarom een brandbrief aan alle provincies om met effectieve maatregelen te komen om de achteruitgang te stoppen. De achteruitgang is hoofdzakelijk te wijten aan verlies van goed leefgebied. Het grootste deel van de kuikens kan niet opgroeien op intensief bewerkte graslanden, waar vroeg gemaaid wordt en waar weinig insecten zitten. Predatie kan vervolgens plaatselijk ook een rol spelen.

Jongentellingen
Het aantal jonge grutto’s is als volgt bepaald: In mei/juni zijn in ons land 255 gruttokuikens geringd met kleurringen, waardoor ze individueel herkenbaar waren. Vervolgens hebben enkele tientallen vogelaars tussen 20 juni en 10 augustus verspreid door het land groepen vliegvlugge jonge grutto’s opgezocht. In deze groepen konden 6100 jongen op kleurringen worden gecontroleerd. In opdracht van Vogelbescherming Nederland berekende Sovon, op basis van de kleurringdichtheden, een schatting van het totaal aantal jongen dat vliegvlug werd in Nederland." (bron: Sovon, november 2019)

Zeearend

- "Het aantal zeearenden dat broedt in Nederland neemt toe. Na vestiging van een eerste broedpaar in de Oostvaardersplassen in 2006 nam het aantal broedparen van de Zeearend in Nederland toe tot 12 paar in 2017. Dit leidde tot oprichting van de Werkgroep Zeearend Nederland, onder meer om onderzoek te doen. Ze hebben vastgesteld dat er in 2019 ten minste 14 jonge zeearenden uit het ei kropen. Anno 2019 worden 4 jonge zeearenden sinds het uitvliegen nauwkeurig gevolgd met GPS-loggers. In recente jaren nam het aantal broedparen van zeearenden in Nederland gestaag toe. Het vestigingspatroon, habitatgebruik, de dispersie en sterfte van jonge vogels kunnen niet door middel van ringen of kleurringen op detailniveau worden ontrafeld. Deze kennis kan worden verkregen door middel van gebruik van nieuwe GPS-loggers. In de periode 2019-2020 zullen in Nederland totaal 10 jongen worden uitgerust met GPS-zenders.

Na succesvol uitvliegen van de 4 gezenderde jonge Zeearenden in de zomer van 2019, maakten de vogels steeds vaker uitstapjes buiten het broedgebied. De omvang van de uitstapjes verschilde per vogel en zijn een aanwijzing dat de vogels zich gaan richten op een onafhankelijk bestaan. Tijdens hun eerste zwerftochten verkennen ze nieuwe gebieden. Twee van de vogels hebben anno herfst 2019 hun broedgebied inmiddels achter zich gelaten, op weg naar een onafhankelijk bestaan. De werkgroep is bezig met een portal waarop publiek kan meekijken. Allereerst komt er een portal voor beheerders en vrijwilligers die aan het project meewerken en daarnaast een voor publiek waarop de reizen van de vogels gevolgd kunnen worden. In de radio-uitzending van Vroege Vogels van 6 oktober 2019 gaf de werkgroep toelichting op de situatie in de Oostvaardersplassen en uitleg over het huidige onderzoek. Blijf op de hoogte van dit onderzoek via Werkgroep Zeearend Nederland." (bron: Prins Bernhard Cultuurfonds)

Reactie toevoegen