Waterbeheer / waterbeleid / waterkwaliteit

waterbeheer_water_natuurlijk.png

Water Natuurlijk is speciaal opgericht om de belangen van natuur, milieu, landschap en recreatie in de waterschappen beter te beschermen. Zij zet zich in voor schoon, veilig, gezond en betaalbaar water. En vooral ook aantrekkelijk en multifunctioneel.

Water Natuurlijk is speciaal opgericht om de belangen van natuur, milieu, landschap en recreatie in de waterschappen beter te beschermen. Zij zet zich in voor schoon, veilig, gezond en betaalbaar water. En vooral ook aantrekkelijk en multifunctioneel.

Watertransitie

"Drinkwaterbedrijven en waterschappen roepen op tot nieuwe kijk op water. In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen op 17 maart 2021 maken de Unie van Waterschappen en Vewin, de koepelorganisatie van de drinkwaterbedrijven, zich sterk voor een watertransitie. Dit hebben zij geformuleerd in een aanbod richting een nieuw kabinet: ‘Water verbindt’. Het komende kabinet staat voor enorme uitdagingen op het gebied van onder andere de energietransitie, woningbouwopgave, ruimtelijke ordening, stikstof, natuur en klimaat. De verbindende factor in deze opgaven is water.

Kampioen water afvoeren. Nederland staat bekend als Kampioen Water Afvoeren. Voor een land dat voor 60% overstroombaar is, weten we sinds jaar en dag hoe we droge voeten moeten houden. 3 opeenvolgende droge zomers hebben echter aangetoond dat er een mismatch is tussen de beschikbaarheid van water en het watergebruik. Het huidige watersysteem loopt tegen de grenzen aan. De drinkwaterbedrijven en waterschappen willen daarom de transitie naar een klimaatrobuust watersysteem versnellen om daarmee nadelige effecten van droogte zoveel mogelijk te voorkomen. De drinkwaterbedrijven en waterschappen roepen rijk, provincies en gemeenten op om met ons en de gebiedspartners in de regio werk te maken van de noodzakelijke ruimtelijke keuzes in de boven- en ondergrond voor een duurzame leefomgeving. Ook moeten overheden verbetering van de waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater en de kwaliteit van bronnen voor drinkwater prioriteit geven in hun water- en omgevingsplannen om de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) te kunnen halen.

Sluipende watercrisis. Rogier van der Sande, voorzitter Unie van Waterschappen, benadrukt deze noodzaak: “De Tweede Kamerverkiezingen staan dit jaar in het teken van de coronapandemie. We moeten ons alleen blijven beseffen dat er ook een sluipende watercrisis op handen is, die grote veranderingen in de ruimtelijke inrichting van Nederland vraagt. Het steeds extremere weer maakt dat het huidige waterbeheer tegen de grenzen aan loopt. Om ook voor toekomstige generaties leefbaarheid en een hoge levensstandaard veilig te stellen, is het dan ook 2 voor 12 om belangrijke keuzes in het waterbeheer en de ruimtelijke inrichting te maken.” Peter van der Velden, voorzitter Vewin, de vereniging van drinkwaterbedrijven: “De drinkwaterbronnen, zowel grond- als oppervlaktewater, staan kwalitatief en kwantitatief steeds verder onder druk door de optelsom van verontreinigingen. Daarom doen we een appel op de politiek om voldoende reserves voor de toekomstige drinkwatervoorziening aan te wijzen, bronnen beter te beschermen en het voortouw te nemen bij de noodzakelijke watertransitie. Anders zadelen we toekomstige generaties op met een minder zekere levering van betrouwbaar drinkwater.”

Kampioen water vasthouden. Drinkwaterbedrijven en waterschappen willen een bijdrage leveren aan de transitie door het verkennen en aandragen van integrale oplossingen in de regio, door zelf hoge prioriteit te geven aan het vasthouden van water en door onttrekkingen en aanvullingen van grond- en oppervlaktewater in evenwicht te brengen. Drinkwaterbedrijven dragen bij aan het opstellen van de gebiedsdossiers om de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen bij de winningen voor drinkwaterproductie te helpen bereiken. De waterschappen investeren de komende jaren ieder jaar 1,7 miljard euro in de zorg voor sterke dijken, voldoende en schoon water om die gewenste transitie in gang te zetten en de omslag te maken naar ook kampioen Water Vasthouden. De waterschappen kunnen het echter niet alleen en zien samen met de drinkwaterbedrijven grote kansen wanneer water als verbindende factor van veel grote maatschappelijke vraagstukken wordt gezien.

Een klimaatrobuust watersysteem. Niet alles kan overal. Er moeten keuzes worden gemaakt op basis van kansen en bedreigingen voor het watersysteem. De focus ligt op het beter vasthouden van grond- en oppervlaktewater en op het realiseren en behouden van een goede waterkwaliteit. Waterschappen en drinkwaterbedrijven vragen aan de overheden ook gezamenlijk een landelijk regiekader op te stellen voor een geordende ondergrond, gericht op behoud en herstel van de grondwatervoorraad en gekoppeld aan het gebruik van de bovengrond. In hun gezamenlijke aanbod vragen zij een nieuw kabinet, medeoverheden en gebiedspartners om samen een klimaatrobuust watersysteem te realiseren door water sturend te laten zijn voor de ruimtelijke inrichting, water beter vast te houden, zuinig om te gaan met water en de waterkwaliteit te verbeteren én vervuiling te voorkomen. Lees hier meer over Wat Waterschappen Willen richting de verkiezingen." (bron: Unie van Waterschappen, februari 2021)

Waterinnovatiefonds

"De Nederlandse Waterschapsbank (NWB Bank) heeft in januari 2020 het NWB Waterinnovatiefonds opgericht. Dit zelfstandige fonds staat op afstand van de bank. Het gaat innovatieve projecten van waterschappen financieren die breed toepasbaar zijn en bijdragen aan de verduurzaming van Nederland. “Wij zijn als bank al jarenlang samen met de Unie van Waterschappen sponsor van de Waterinnovatieprijs“, zegt Lidwin van Velden, directievoorzitter van de NWB Bank. “Als jurylid heb ik daar de afgelopen jaren hele goede initiatieven voorbij zien komen. Vaak blijven deze innovaties in de ontwikkelfase hangen. We hebben het NWB Waterinnovatiefonds opgericht om ze verder te helpen.”

Mooie innovaties. Ook Stefan Kuks, voorzitter van het NWB Waterinnovatiefonds en watergraaf van waterschap Vechtstromen, vindt dat er veel mooie innovaties in de waterschapswereld zijn. “Bijvoorbeeld op het gebied van klimaatadaptatie, klimaatmitigatie, biodiversiteit en circulaire economie”, zegt hij. “We willen met het fonds deze innovaties opschalen om ze vervolgens op meerdere plekken in Nederland toe te passen. Maar misschien ook wel in het buitenland.” Bestuur. Het bestuur van het NWB Waterinnovatiefonds bestaat verder uit Riksta Zwart, directeur Waterbedrijf Groningen, en Pieter Janssen, secretaris-directeur van het Hoogheemraadschap van Delfland. Voorzitter van het Investment Committee is Joost Buntsma, directeur van Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA)." (bron: Unie van Waterschappen, januari 2021)

Versnelde aanpak droogte urgent voor de natuur

"Het regent, maar deze druppels zijn niet genoeg. In het voorjaar van 2020 lijken we zeer vroeg een nieuw droogterecord te halen (bron: KNMI). Een derde droogte op rij kan desastreus zijn voor de natuur. Er zijn snel meer maatregelen nodig om ernstige, blijvende schade aan natuur te voorkomen. Provincies, waterschappen en drinkwaterbedrijven spraken zich in april 2020 uit voor een versnelling van de droogteaanpak en doorvoeren van fundamentele veranderingen in onze waterhuishouding. Natuurmonumenten en LandschappenNL ondersteunen dit voornemen van harte en roepen op tot het maximaal vasthouden van het water dat nu nog valt. Op de lange termijn is het noodzakelijk te werken aan het herstellen van een natuurlijke waterbalans door slimmere inrichting van het landgebruik.

Herhaling van droogte serieus probleem. Natuurorganisaties zijn al jaren bezorgd over de gevolgen van verdroging voor de natuur. Boswachters zagen afgelopen jaren veel schade in natuur. Dit voorjaar komt de droogte vroeg en mogelijk extremer. Natuurbranden hebben grote gebieden verwoest. Weidevogels en hun kuikens hebben moeite om aan voedsel te komen vanwege de uitgedroogde grond. De natuur komt verder in problemen, bovenop al bestaande structurele problemen. Deze drievoudige herhaling van extreme droogtes is nieuw. Als we niets doen kan dit zeker leiden tot onherstelbare schade aan de natuur.

Water maximaal vasthouden. In de winter is er best wat neerslag gevallen, maar veel van dat water is onvoldoende vastgehouden en alweer afgevoerd. De grondwaterstanden op de hoge zandgronden in Zuid- en Oost-Nederland waren net hersteld, maar zijn al weer aan het dalen. Zuinig en slim watergebruik - van goede kwaliteit - is nu noodzakelijk: water moeten we maximaal vasthouden. Nu het enkele dagen regent is het van belang dat natuurgebieden zo nat mogelijk blijven en niet verder ‘leeglopen’ door afvoer en watergebruik.

Zet op korte termijn preventief maatregelen in. Natuurmonumenten en LandschappenNL vragen provincies en waterschappen om maatregelen meer preventief in te zetten om verdere schade aan natuur te voorkomen. Zo zijn wij voorstander van het instellen van een zone rondom natuurgebieden waarbinnen een beregeningsverbod geldt voor zowel grondwater als oppervlaktewater. Enkele waterschappen doen dit al, maar dit gebeurt nog niet overal. Dit is aan te raden als preventieve maatregel voor alle kwetsbare natuurgebieden op in elk geval de hogere zandgronden. Andere maatregelen die nu kunnen helpen zijn het dichtzetten van stuwen en de waterstanden zoveel mogelijk hoog houden. Ook het uitstellen van maaien van waterplanten in sloten en watergangen helpt bij het vasthouden van water.

Grenzen aan grondwatergebruik. Op basis van de afgelopen jaren zal het grondwatergebruik dit jaar naar verwachting verder gaan toenemen. Vorig jaar draaiden er alleen al in Noord-Brabant in de zomer naar schatting 14.000 grondwaterpompen. Samen pompten die een hoeveelheid water op die gelijk staat aan ongeveer anderhalf keer de jaarlijks gewonnen hoeveelheid drinkwater in de provincie. Een groot deel van deze grondwaterpompen ligt vlakbij kwetsbare natuurgebieden en zorgde daar voor verdroging en massale droogval van beken, poelen en sloten. Een verbod op beregening met grondwater zorgt voor hogere grondwaterstanden en kan massale droogval van beken, zoals in voorgaande jaren, voorkomen. Wij vinden het van belang dat er meer zicht komt op grondwatergebruik en er grenzen worden gesteld aan het gebruik van zuiver grondwater. Landelijke regie ontbreekt en daarom vragen wij provincies om preventief een maximum voor grondwatergebruik te hanteren om verdere grondwaterdaling te voorkomen.

Versneld klimaatbestendig mét natuur als bondgenoot. Aansluitend bij pleidooien van de provincies en watersector pleiten natuurorganisaties voor het versneld inzetten op meer structurele maatregelen. Klimaatbuffers en natuurinclusieve bufferzones helpen tegelijkertijd in de aanpak van uitdagingen op gebied van biodiversiteit, water en stikstof. Ook voor de zoetwatervoorziening van Nederland dienen kansen met natuur expliciet meegenomen te worden. Kortom, zet in op slimme win-win oplossingen: maak natuur weerbaar en benut ruimtelijke kansen mét natuur als bondgenoot! Natuurorganisaties samenwerkend in de Coalitie Natuurlijke Klimaatbuffers steunen dit pleidooi." (bron: Natuurmonumenten, 1 mei 2020)

Regenwater nog geen duurzame bron voor drinkwater

"Het regenwater in Nederland is niet schoon genoeg om ongezuiverd als drinkwater te gebruiken. Door klimaatverandering (droogte) zoeken waterbedrijven naar alternatieve waterbronnen. Via een literatuuronderzoek onderzocht RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) of regenwater geschikt is als nieuwe bron. Uit het onderzoek blijkt dat ons regenwater vaak vervuild is en eerst gezuiverd moet worden. Op een duurzame manier regenwater gebruiken als bron voor drinkwater kan daardoor niet zomaar. Ook valt er te weinig regenwater op onze daken om een gezin het hele jaar voldoende drinkwater te bieden.

Regenwater eerst zuiveren. Het opgevangen regenwater kan bacteriën en virussen bevatten uit de ontlasting van dieren, zoals vogels. Daarnaast kan er lood in zitten uit loden regenpijpen en pesticiden van landbouwbedrijven in de omgeving. Technisch gezien is het mogelijk om deze verontreinigingen uit het regenwater te halen om het daarna als drinkwater te kunnen gebruiken. Deze zuivering kan wel duur zijn. Kwaliteit kan verschillen. De kwaliteit van regenwater kan sterk verschillen. Daarom is het belangrijk (en wettelijk verplicht als je het als drinkwater wilt gebruiken) om de kwaliteit te meten. De kwaliteit van regenwater lijkt het meest op die van oppervlaktewater. Het is daarom mogelijk om de kwaliteit van regenwater op dezelfde manier te meten als oppervlaktewater. Meer onderzoek is nodig naar waar en hoe vaak het nodig is om de kwaliteit van regenwater te meten. Ook is een beter beeld nodig van mogelijke gezondheidsrisico’s van schadelijke stoffen in regenwater ‘van bron tot kraan’." (bron en voor nadere informatie zie het RIVM-rapport 'Regenwater als alternatieve bron voor drinkwater - aandachtspunten voor kwaliteitscontrole', januari 2021)

Integrale gebiedsontwikkeling ook bij waterbeheer een trend

De redactie van Plaatsengids.nl vindt de (hopelijk doorzettende) trend van integrale gebiedsontwikkeling een goede ontwikkeling. D.w.z. vroeger keek iedere discipline die iets in een gebied wilde (bijv. op het gebied van water, wonen, natuur, recreatie, landbouw, zandafgraven) primair naar zijn eigenbelang en deed als het even kon wat hem/haar goeddunkte. Of de andere disciplines daar evt. last van hadden, was van secundair belang.

Tegenwoordig is het steeds gangbaarder dat als een van die disciplines in een gebied iets wil of moet (bijv. door wet- en regelgeving als gevolg van de klimaatveranderingen moeten waterhuishoudingen worden aangepast), dat deze met de andere disciplines in overleg treedt om hun belangen gelijk mee te nemen.

Goede voorbeelden hiervan zijn dat waterschappen door aanpassing van waterlopen e.d. zowel wateroverlast als verdroging tegengaan, maar door kavelruil tevens zorgen voor efficiënter landgebruik door de agrariërs, door aanleg van natuurvriendelijke oevers tevens de leefgebieden voor flora en fauna verbeteren, door de aanleg van fiets- en wandelpaden tevens de recreatiemogelijkheden vergroten etc. Een waterschapspartij die zich bij uitstek thuis voelt bij een dergelijke policy is Water Natuurlijk, speciaal opgericht om de belangen van natuur, milieu, landschap en recreatie in de waterschappen beter te beschermen. De partij zet zich in voor schoon, veilig, gezond en betaalbaar water. En vooral ook aantrekkelijk en multifunctioneel.

Arcadis pleit voor waterbeheer 2.0: denken vanuit de kracht van ecosystemen

"In naam van de veiligheid hebben we de afgelopen 100 jaar onze kustlijn verkort en de Noordzee buitengesloten. Veiligheid is van levensbelang, zeker in een maatschappij die voor de helft onder zeeniveau ligt, maar die veiligheid heeft ook een prijs. - We hebben bijna alle estuaria afgesloten, terwijl dit de meest productieve ecosystemen zijn. Estuaria zijn zeer effectief in het omzetten van nutriënten naar eiwitten. Per hectare leveren ze de hoogste economische waarde op. Na de Deltawerken groeien onze Zeeuwse mosselen in de Waddenzee, omdat de Oosterschelde voedselarm is geworden. - De grootste open zoet-zout-verbinding hebben we gecombineerd met een toegangsgeul voor diepstekende tankers en daardoor is de Nieuwe Waterweg de rode loper voor de zouttong die in droge periodes makkelijk tot aan Gouda reikt. Om het zout niet helemaal de vrije hand te geven is een stevig zoetwaterdebiet door de Nieuwe Waterweg nodig en dit bepaalt de zoetwaterverdeling van heel Nederland. - Door de waterstaatkundige indeling in Zuidwest Nederland hebben we een slibvang gecreëerd in de havens van Rotterdam, waar we juist géén sediment willen hebben. Het gevolg is dat we jaarlijks miljoenen euro’s aan baggerwerk uitgeven. - We hebben onderhoudsintensieve zoetwatermeren gemaakt die zeer gevoelig zijn voor eutrofiëring, met een heel lage biodiversiteit en weinig of geen opbrengst vanuit de visserij (Markermeer, IJsselmeer, randmeren).

We zijn door de genoemde ingrepen expert geworden in het beheer van water. Laten we deze kennis gebruiken en onze watersystemen volgens de ideale volgorde ontwikkelen. Dat betekent dat we na veiligheid (of nog liever met de veiligheid) het ecosysteem centraal zetten in plaats van als sluitpost. Op deze manier hebben we minder problemen met waterkwaliteit, benutten we meer nutriënten voor de productie van mariene eiwitten, hebben we minder onderhoudskosten en meer economische opbrengst." Voor nadere informatie zie het essay 'De échte kracht van de Noordzee' (Arcadis, september 2019)

Lessenpakket overstromingsrisico's (ook interessant voor volwassenen!)

Nederlanders zijn zich niet of nauwelijks bewust van het gevaar van een ernstige overstroming in hun omgeving. Aardrijkskundeleraar Adwin Bosschaart heeft lesmateriaal ontwikkeld om middelbare scholieren aan het denken te zetten over de kwetsbaarheid van Nederland ten aanzien van overstromingen. Het lesmateriaal omvat 7 lessen en is bedoeld voor de 3e klas havo/vwo. De inhoud heeft betrekking op de opeenvolging van gebeurtenissen tijdens een overstroming (hoogwater > dijkdoorbraak > overstromingswater > gevolgen > preventie en rampenbestrijding).

Centraal staat een webapplicatie waarmee leerlingen kunnen verkennen wat er gebeurt als dijken of duinen doorbreken in de eigen omgeving: de overstromingsrisico-atlas. Op een digitale kaart kunnen ze klikken op dijken en zien hoe het achterliggende land in de loop van enkele uren of dagen onder water loopt. In het bijbehorende lesmateriaal zijn ook historische kaarten, oude foto’s en verhalen opgenomen over overstromingen in het verleden. Maar ook een veldwerk op en rond de dijk maakt er deel van uit. Op deze manier worden de leerlingen er toe aangezet om na te denken over overstromingsdreiging en de noodzaak zich daar op voor te bereiden. De lessenserie is toegeschreven op verschillende regio's in ons land (tot heden m.n. Noord-Holland en Rivierenland) maar er zitten natuurlijk veel universele aspecten aan die ook elders in het land gelden. Zie verder de Overstromingsrisicoatlas met lessenpakketten en het interview met de maker van de Overstromingsrisicoatlas. Deze informatie is uiteraard ook leerzaam voor volwassenen!

Van 'peil volgt teelt' naar 'teelt volgt peil'

Waterschapspartij Water Natuurlijk vindt dat de oude stijl van waterbeheer op landbouwgronden, 'peil volgt teelt', beter kan worden omgezet naar de methode 'teelt volgt peil'. Oftewel kijk niet technocratisch naar wat iedere individuele boer wil en pas daar de waterpeilen op aan, maar kijk wat logischerwijze het waterpeil en -beheer bij het landschap in streek X zou moeten zijn en richt je beheer én landbouw daar op in. Ernest de Groot die namens Water Natuurlijk in het bestuur van het Brabantse Waterschap Aa en Maas zit, legt hier uit waarom dat een goed plan is.

Herinrichting beekdalen

De afgelopen jaren én komende jaren worden op veel plekken in het land beken en de omringende beekdalen heringericht. Dit dient meer doelen: het verzekeren van wateropvang in de komende jaren, het vergroten van recreatiemogelijkheden en het verbeteren van de omstandigheden voor planten en dieren (biodiversiteit). Voor nadere informatie zie de publicaties op de pagina Dossier Beheer Beekdalen op de site van Alterra, onderdeel van Wateningen UR, met o.a. tips hoe je een beekdal het beste kunt herinrichten.

Kunstmest uit afvalwater

"Zuiveringsslibverwerkers HVC en SNB gaan vanaf medio 2019 op jaarbasis 10 miljoen kilo vliegas uit slibverbrandingsinstallaties leveren aan ICL Fertilizers. Deze kunstmestproducent haalt fosfaten uit de as en zet ze om naar kunstmestkorrels. Hoogheemraadschap van Delfland is bijzonder blij met deze belangrijke eerste stap richting het sluiten van de fosfaatketen. Een deel van het fosfaat dat wij als mensen via ons voedsel binnenkrijgen, scheiden wij weer uit en zo komt het in het afvalwater terecht. Op onze afvalwaterzuiveringen komt ca. 85% hiervan terecht in het zuiveringsslib. Het slib van onze vier zuiveringen gaat daarna naar HVC waar het wordt verbrand in een mono-slibverbrandingsinstallatie. Uit de as gaat ICL Fertilizers nu het fosfaat terugwinnen. En dat is belangrijk, want er is steeds meer behoefte aan fosfaat. De natuurlijke voorraden raken op en zonder fosfaat kunnen we op termijn onvoldoende voedsel verbouwen om alle mensen te voeden." (bron: Hoogheemraadschap van Delfland, juli 2019)

Voor een uitvoerige toelichting op deze materie zie het artikel 'circulaire kunstmestkorrels door gebruik van vliegas uit zuiveringsslib' op de site van HVC. Een citaat hieruit: "ICL heeft sinds kort met een nieuwe procedé de mogelijkheid om een deel van hun kunstmest te produceren met behulp van de fosfaatrijke vliegassen. Zo snijdt het mes aan twee kanten: HVC en SNB recyclen hun vliegassen van zuiveringsslib en ICL verduurzaamt haar productie door het gebruik van secundaire grondstoffen. HVC en SNB werken al jaren samen aan een grootschalige oplossing voor het terugwinning van fosfaat uit haar vliegassen vanwege het duurzame karakter hiervan en zien de verwerking bij ICL als een eerste stap naar het volledig terugwinnen van fosfaat uit de gehele vliegasproductie. Met deze ontwikkeling zetten alle drie de bedrijven, met de waterschappen, een stap in het dichten van het gat in de kringlooplandbouw, en wordt er bijgedragen aan de ambities in het landbouwbeleid.

Afhankelijkheid fosfaaterts verminderen
Fosfaat is een schaars mineraal dat noodzakelijk is voor de wereldwijde voedselvoorziening. Normaal gesproken wordt kunstmest gemaakt van fosfaatertsen uit de natuur, maar die worden op termijn steeds moeilijker winbaar. Bovendien is het fosfaat maar op een paar plekken in de wereld goed beschikbaar. Fosfaat is een meststof die je op geen enkele manier door een andere stof kunt vervangen. Daarom moeten we vroeger of later de ketens gaan sluiten. De as die overblijft na verbranding van zuiveringsslib bevat veel fosfaat dat door middel van innovatieve technieken kan worden teruggewonnen. HVC, SNB en ICL vinden het daarom belangrijk om fosfaatstromen ook uit secundaire stromen te halen. Door deze terugwinningsstap in de kringloop van fosfaat, hoeft minder fosfaaterts in de natuur te worden gewonnen. Het thermisch verwerken van zuiveringsslib is wettelijk vastgelegd. Door een verbrandingsstap wordt bovendien vermeden dat micro-plastics en organische verbindingen in het milieu terugkomen."

Waterzuivering

Er zijn twee soorten waterzuivering: afvalwaterzuivering en drinkwaterzuivering. Afvalwaterzuivering is het zuiveren van afvalwater van organische en chemische afvalstoffen. Doelstelling daarbij is in het algemeen dat het biologische leven in rivieren, meren en zeeën waarop het effluent (het gezuiverde water) wordt geloosd geen hinder van de lozingen ondervindt. Drinkwaterzuivering is het zuiveren van voor drinkwater bestemd grond- en oppervlaktewater van organische en chemische stoffen die uit oogpunt van gezondheid en smaak ongewenst zijn. Overheden hebben normen geformuleerd voor drinkwater. - Hier vind je nadere informatie over alle mogelijke waterzuiveringsmethoden (op Wikipedia).

Ons drinkwater komt, afhankelijk van waar je woont, uit het grondwater of uit rivieren, kanalen, meren en dergelijke. Voordat het vervolgens als drinkwater bij jou uit de kraan komt, ondergaat het een reeks zuiveringsprocessen. Hoe waterzuivering t.b.v. drinkwater in zijn werk gaat, kun je bijvoorbeeld lezen op de site van waterbeheerder Waternet.

Waterbeheer in relatie tot klimaatverandering

- In 2007 is de Deltacommissie ingesteld. Deze commissie had als taak om de hele 21e eeuw vooruit te kijken en adviezen uit te brengen over duurzame hoogwaterbeschering. Dat advies is in 2008 verschenen.

- In de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie spreken Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen af om waterveiligheid en klimaatbestendigheid mee te gaan wegen bij ruimtelijke ontwikkelingen. De ambitie: in 2020 waterrobuust en klimaatbestendig handelen en in 2050 klimaatbestendig zijn. Om van elkaar te leren, zijn diverse gebiedsworkshops gehouden. Een impressie van de workshop in het Zeeuwse Middelburg op 9 juni 2015.

- Wat zou er gebeuren wanneer het IJsselmeer en Markermeer opnieuw in open verbinding komen te staan met de zee? Het door de zee gevormde landschap zou zijn ziel weer terugkrijgen. Zalmen zwemmen weer vanaf zee via de Rijndelta naar hun oude paaiplaatsen stroomopwaarts en er ontstaat een uniek brakwater-ecotoop van internationale waarde. Almere en Lelystad krijgen een enorme impuls door de spectaculaire ligging aan een dynamische binnenzee. En bovenal biedt de getijdendynamiek de mogelijkheid om een wegzakkend landschap opnieuw te laten groeien. Dit utopische toekomstbeeld is het resultaat van een ontwerpend onderzoek dat geïnitieerd is door landsdchapsarchiteten Jorryt Braaksma en Martijn Al.

De Zuiderzeewerken behoren tot een van de grootste waterhuishoudkundige ingenieursprojecten die ooit zijn uitgevoerd. De behoefte aan nieuwe landbouwgrond en het tegengaan van overstromingen, na de stormvloed van 1916, waren de belangrijkste aanleidingen voor uitvoering van de plannen. Samen met de Deltawerken, uitgevoerd door de eerste Deltacommissie naar aanleiding van de watersnoodramp van 1953, staan de Zuiderzeewerken internationaal symbool voor het gevecht dat de Nederlanders voeren tegen het water. In 2008 werd opnieuw een Deltacommissie in het leven geroepen. Aanleiding voor het opstellen van een nieuwe visie voor de Nederlandse delta was de klimaatsverandering en de daaraan gekoppelde zeespiegelstijging en verwachte toename van rivierwater vanuit het achterland. Uniek aan deze plannen is het vooruitdenkende karakter: in tegenstelling tot eerdere Deltaplannen wordt het plan niet gemaakt naar aanleiding van een al voltrokken ramp maar wordt geanticipeerd op de verwachte gevolgen van de klimaatsverandering.

In lijn met het opkomende besef dat meebewegen met water duurzamer is dan er tegen te vechten, geven de plannen van de Deltacommissie steeds meer ruimte aan het water. Zoals in het deelprogramma ‘Ruimte voor rivier’ waarbij het rivierengebied klimaatbestendig wordt gemaakt door ingrepen als het landinwaarts verplaatsen van dijken, ontpolderingen, hoogwatergeulen en vergraving van uiterwaarden. Waar het deelprogramma ‘Ruimte voor rivier’ duurzaam is en innoveert met het oog op de toekomst zijn de plannen van de Deltacommissie voor de IJsselmeerregio te veel gericht op handhaving van het huidige systeem: dijken worden versterkt en de spuicapaciteit aan de Afsluitdijk wordt vergroot. Het daadwerkelijk oplossen van problemen wordt hiermee voor ons uit geschoven: terwijl de zeespiegel blijft stijgen, zakken onze polders verder. De gevolgen bij een eventuele overstroming nemen toe. We wonen in een steeds diepere ‘badkuip’, omringd door een stijgende zee. Hoe lang kunnen we doorgaan met het bouwen van steeds hogere dijken en grotere pompen? En worden de problemen voor na het jaar 2100 dan niet alleen maar groter?

Langzaam groeit het inzicht dat het inpolderen van land en het indammen van rivieren en zeearmen negatieve consequenties heeft voor de delta. Waar in het verleden de delta door opslibbing deels aangroeide, is onze delta nu afgesneden van dit landschapsvormend systeem. De motor achter het landschapsvormend proces, sedimentatie van slib en zand onder invloed van de getijden, is stilgevallen. De aan het getijdensysteem onttrokken polders klinken in. Het gevolg is dat hoe ouder een polder is des te dieper hij onder zeeniveau ligt.

Het ontwerpend onderzoek richt zich op een alternatieve strategie voor een klimaatbestendige IJsselmeerregio. Hierbij wordt verder vooruit gedacht dan het jaar 2100, de tijdshorizon waarvoor de huidige plannen voor het IJsselmeergebied worden opgesteld. Het terugbrengen van de getijdendynamiek in het IJsselmeergebied is als uitgangspunt genomen voor het onderzoek. Twee grote openingen in de Afsluitdijk zouden voldoende zijn voor de terugkeer van het dynamisch getijdensysteem. Zo komt de ‘motor’ achter de landschapsvormende processen terug in het landschap. Ook kunnen we dan op een andere wijze omgaan met de kustverdediging: in plaats van telkens dijken op te hogen, kan de natuur meehelpen om de veiligheid van de delta te vergroten door deze op te laten slibben tot boven het gemiddelde hoogwaterniveau. Hiermee stappen we af van de eenvormige puur civieltechnische dijk. In plaats van een achteruitgaand en wegzakkend landschap, zou er een spectaculair, helend landschap kunnen ontstaan dat door middel van sedimentatieprocessen meegroeit met de verwachte zeespiegelstijging! Hoe dit spannende en perspectiefvolle verhaal verder gaat, kun je lezen in het artikel 'Een klimaatbestendige IJsselDelta' (waar het bovenstaande een citaat uit is), op de site van LAMA Landscape Architects.

Cultuuroevers

Vertegenwoordigers van waterschappen, gemeenten, provinciale organisaties Landschapsbeheer en adviesbureaus hebben in 2010 de resultaten besproken van het Belvedereproject 'Cultuuroevers'. Centraal stond de vraag hoe waterschappen in de komende jaren de op stapel staande herinrichting van vele kilometers watergang kunnen vormgeven met behoud van de cultuurhistorische kwaliteiten ter plekke. Gebleken is dat het concept van ‘Cultuuroevers' een oplossing kan bieden. Cultuuroevers zijn geen nieuwe vorm van oeverinrichting, maar zijn een concept voor omgang met cultuurhistorie. Door al vroeg in het planproces ook de cultuurhistorie te betrekken bij de ontwerpvraag, worden meerdere doelen gediend. Het eigene van de plek krijgt de nadruk, de aanwezige cultuurhistorie wordt behouden of versterkt. Maar bovenal past het ontwerp in de omgeving door cultuurhistorie en oeverinrichting met elkaar te verbinden. Het speciaal ontwikkelde plan om in 7 stappen naar een cultuuroever te komen helpt waterschappen hierbij. Zie verder Stappenplan Cultuuroevers en rapport Cultuuroevers - oevers van betekenis.

Hoe kunnen waterschappen in samenhang innoveren en optimaliseren?

"Maatschappelijke uitdagingen, zoals klimaatverandering en de energietransitie, vragen om innovatieve oplossingen van de waterschappen. Maar ook het continu verbeteren van beleid, processen, technieken en diensten (optimaliseren) is cruciaal voor waterschappen. Innoveren en optimaliseren moeten elkaar dus versterken, maar hoe doe je dat? Dat was het onderwerp van het symposium 'Innoveren + Optimaliseren = Presteren' dat op 4 juli 2019 door het Hoogheemraadschap van Delfland is georganiseerd. Aanleiding voor het symposium was het promotieonderzoek van Hanneke Gieske, strategisch beleidsadviseur en programmamanager bij Delfland. Uit het onderzoek blijkt dat alle waterschappen innoveren, maar dat het verschil vooral zit in hoe makkelijk dit gaat. De identiteit en rolopvatting van een waterschap bepaalt namelijk sterk hoe een waterschap tegenover innovatie staat en hoe dit wordt gemanaged.

Een goede verbinding met de buitenwereld en aansluiten bij maatschappelijke vraagstukken is belangrijk volgens de deelnemers van het symposium. Maar ook om intern de verbinding goed te leggen en bijvoorbeeld de beheerafdelingen vanaf het begin te betrekken. Daarnaast is het van belang om innoveren in de reguliere organisatieprocessen op te nemen en optimalisatieprocessen zoals digitalisering te gebruiken om te innoveren. Ten slotte is leren van het innoveren belangrijk. Een van de sprekers op het symposium vatte het als volgt samen: ‘Het gaat om een goede balans tussen het continu verbeteren van het waterbeheer en tijdig andere wegen in kunnen slaan wanneer optimaliseren niet meer voldoende is.

Synergie
Om dit te realiseren zijn drie vaardigheden nodig: verbinden, leren en het vermogen om een goede synergie tussen innoveren en optimaliseren te vinden. Deze laatste vaardigheid wordt ook wel ambidextrie, of ‘tweebenigheid’ genoemd. Waterschappen met verbindend vermogen hebben medewerkers die verschillende ideeën en belangen weten te verbinden, die bouwen aan duurzame relaties en die grenzen overbruggen binnen en tussen organisaties. Hechte netwerken binnen de waterschappen zorgen voor het efficiënt delen van kennis en informatie. Dit helpt om bestaand beleid en processen te optimaliseren. Deze waterschappen werken effectief samen met externe partijen.

Voor innoveren is een lerende organisatie van belang. Deze waterschappen leren van nieuwe inzichten en van hun medewerkers en zij passen hun beleid en procedures hierop regelmatig aan. Bij waterschappen die behendig zijn in zowel innoveren als optimaliseren, ondersteunen procedures de samenhang van innoveren en optimaliseren. In hun cultuur is aandacht voor paradoxale waarden, dus voor controle én vertrouwen, zekerheid én risico, autonomie én discipline, uniformiteit én diversiteit, stabiliteit én flexibiliteit. Ook gaan zij verbindingen aan met nieuwe, ongebruikelijke partijen. Managers binnen waterschappen hebben een sleutelrol in het beter presteren van de organisatie. Managers hebben de neiging om veel aandacht te besteden aan optimaliseren. Een managementstijl waarbij zowel aandacht is voor vernieuwing, het inspireren en coachen van medewerkers als het maken van afspraken over resultaten, is het meest effectief. Voor wie meer over deze materie wil weten is een publieksvriendelijke versie van het promotieonderzoek beschikbaar. Dit kun je opvragen door een mail te sturen naar loket@hhdelfland.nl." (bron: Hoogheemraadschap van Delfland, juli 2019)

Rivieren

- Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit voor de Waal. - Presentatie Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit voor het landschap langs de Waal traject Gorinchem-Waardenburg. - Presentatie Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit voor het landschap langs de Waal traject Waardenburg-Tiel. - Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit voor de IJssel. - Handleiding Ruimtelijke Kwaliteit voor de Rijn.

Overig

- Met de publicatie 'Staat van Ons Water' rapporteert de minister van Infrastructuur en Waterstaat elk jaar in mei aan de Tweede Kamer over de voortgang van het waterbeleid in het afgelopen kalenderjaar. Het betreft een gezamenlijke rapportage van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Unie van Waterschappen, de Vereniging van Waterbedrijven in Nederland, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Onder de link vind je het rapport van mei 2019 over 2018.