Wonen / woningbouw / woningrenovatie / duurzaam bouwen / natuurinclusief bouwen

'Polderkozijn' spaart tropisch bos

"Met hout en hulp van WUR is er een nieuw soort kozijn beschikbaar. Eigenlijk heet het project ‘Circulair Kozijn’. Maar Polderkozijn bekt lekkerder, vindt universitair hoofddocent Bosecologie en Bosbeheer van de WUR Ute Sass-Klaassen. En het woord dekt de lading: het hout komt uit een proefveld van in de Flevopolder. Het kozijn is het tastbare resultaat van een geslaagd EU-project om een duurzaam alternatief te maken voor kozijnen van tropisch hardhout.Esdoorn. ‘Circulair Kozijn’ is een echt ketenproject’, legt Sass-Klaassen uit. ‘De hele keten van boom tot kozijn doet mee. Wij selecteerden de meest geschikte houtsoort en brachten de beschikbaarheid daarvan in kaart.’ De keuze viel daarbij op esdoorn, een snelgroeiende soort die geschikt is voor de verduurzaming door bewerking met azijnzuur anhydridie (sla-azijn) of een thermische behandeling. De bewerking met azijnzuur anhydride beschermt het hout tegen schimmel en zorgt er voor dat het hout zijn vorm houdt en niet krimpt of zwelt. De methode is ontwikkeld door ketenpartner SHR Hout Research. De productie van het hout vindt plaats bij Accsys in Arnhem. Het kozijn wordt gemaakt door timmerfabriek WEBO in Rijssen.

Klikken. Nieuw aan het {olderkozijn is dat het modulair is. Alleen het buitenste deel, dat weersbestendig moet zijn, is behandeld esdoorn. Het binnenste gedeelte is vurenhout. Beide delen zijn eenvoudig op elkaar te klikken. ‘Als de buitenkant na bijvoorbeeld 30 jaar is verweerd, klik je het er gewoon af en vervangt het door een nieuwe. Het eigenlijke kozijn gaat daardoor feitelijk ‘oneindig’ lang mee.’ Sass-Klaassen is enthousiast over het resultaat. Ook al worden daar bomen voor gekapt. ‘Ik ben een fan van kappen. Hout is een prachtig hernieuwbaar materiaal. In hout blijft CO2 voor de lange termijn opgeslagen. Als hout wordt geoogst uit duurzaam beheerde bossen is het een CO2-neutrale bouwstof. Hout is van groot belang voor de bio-economie.’" Zie ook deze video waarin alle partners in dit project de bijzonderheden van het Polderkozijn laten zien en toelichten. (bron: Resource, februari 2021. Resource is het onafhankelijke medium voor studenten en medewerkers van Wageningen University & Research. Maar ook anderen kunnen zich abonneren. Resource brengt nieuws, achtergronden en duiding. Op Resource-online.nl verschijnen dagelijks nieuwe berichten. Het magazine verschijnt tweewekelijks op donderdag.)

Organisaties werken aan routekaart ‘12 x groener’

"Zeven partijen spannen zich gezamenlijk in om de transitie naar een natuurinclusieve samenleving te gaan versnellen. Dat doen zij door filmreportages van 12 icoonprojecten te maken - middels een routekaart - waarin te zien is dat door samenwerking veel is te bereiken. De routekaart wordt in september 2021 aangeboden aan de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV). De betrokken organisaties zijn Stichting De Groene Stad, Duurzaam Door, NL Greenlabel, ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, ExpoProof, Heijmans en Stichting Steenbreek. Aanleiding voor het initiatief is het van kracht worden van de Omgevingswet op 1 januari 2022.

Omgevingswet. De campagne ging van start met een online talkshow op 3 december 2020, waarin werd gesproken over de thematiek rond de Omgevingswet die in 2022 in werking treedt. Deze wet is een verregaande vereenvoudiging van het stelsel van wetgeving voor de ontwikkeling en het beheer van de leefomgeving (omgevingsrecht); tientallen wetten en honderden regels zijn hiermee gebundeld in één nieuwe wet. De wet betekent een aanzienlijke inhoudelijke reductie van regels op het terrein van water, lucht, bodem, natuur, infrastructuur, gebouwen en cultureel erfgoed. Tijdens de talkshow spraken diverse betrokkenen waarbij vanuit diverse disciplines (beleid, gebouw- en landschapsarchitectuur, beheer, beplanting en circulariteit) de waarde van biodiversiteit en natuur in de woon- en werkomgeving inzichtelijk werd gemaakt.

Vakbeurs. De komende maanden wordt door de diverse partijen gewerkt aan een routekaart waarbij 12 innovatieve projecten, uit elke provincie een, worden belicht aan de hand van de thematiek van de Omgevingswet. Thema’s die aan bod komen zijn klimaatadaptatie, duurzaamheid, natuurinclusiviteit, (bodem)biodiversiteit en gezondheid. De projecten worden gefilmd om aan te tonen dat door samenwerking van verschillende partijen meer te bereiken is. De routekaart ‘12 x groener’ wordt op de Vakbeurs Openbare Ruimte (22 en 23 september 2021 in de Jaarbeurs in Utrecht) aan de minister van LNV aangeboden. In beeld. Inmiddels zijn drie themaprojecten gefilmd: - Woonwijk Parijsch in Culemborg (Gelderland), - Wijkvernieuwing Kerckebosch in Zeist (Utrecht) en - Bodembiodiversiteit in Berkel-Enschot (Noord-Brabant)." (bron: Stichting Steenbreek, februari 2021)

Natuurinclusief bouwen in Bouwbesluit?

- GroenLinks en CDA hebben de ministers Schouten van LNV en Ollongren van Binnenlandse Zaken door middel van een motie opgeroepen om te onderzoeken of natuurinclusief bouwen kan worden opgenomen in het Bouwbesluit. Volgens genoemde partijen is de behoefte aan groen en natuur groter geworden, terwijl de biodiversiteit in steden daalt. Tegelijkertijd moeten de komende jaren op grote schaal woningen worden gebouwd. Door natuurinclusief bouwen op te nemen in het Bouwbesluit wordt tevens een bijdrage geleverd aan de klimaatopgave. De motie is in november 2020 door de Tweede Kamer aangenomen.

Klimaatadaptatie en bouwprojecten

Klimaatadaptatie staat hoog op diverse agenda’s, maar in de praktijk is het vaak niet de aanleiding om een project te ontwikkelen. Gevolg is dat klimaatadaptatie als bijkomend onderdeel van een project minder prioriteit krijgt en dat daardoor kansen blijven liggen. Gemeenten, bewoners, waterschappen en andere betrokken partijen hebben aangegeven meer inzicht te willen krijgen in de ervaringen die er al zijn om klimaatadaptatie onderdeel te laten zijn van projecten en hoe dat kan worden gerealiseerd. Op diverse plekken in het land zijn al goede ervaringen opgedaan met klimaatadaptieve bouwprojecten. Dit varieert van bewonersinitiatieven om tuinen te vergroenen tot integrale plannen voor gebiedsontwikkeling voor nieuwbouw of aanpassing van de bestaande stad. Bij alle ontwikkelingen zijn kansen om de gebouwde omgeving aan te passen aan de veranderingen van het klimaat en de gevolgen die dat met zich meebrengt. Klimaatadaptieve maatregelen hebben vaak een positief effect op de uiteindelijke kwaliteit van een project. Met name op het gebied van comfort en verbeterde leefbaarheid. Wanneer klimaatadaptatie in het plan- en ontwikkelproces een volwaardige positie inneemt en risico’s, kosten en baten op langere termijn worden afgewogen blijken er vaak ook financiële voordelen te behalen.

Het online te downloaden 'Voorbeeldenboek klimaatadaptatieve bouwprojecten' (Platform31, april 2019) beschrijft 12 cases op een onderling vergelijkbare manier. Het biedt overzichten van maatregelen, welke problemen worden aangepakt, op welke manier het initiatief tot stand is gekomen, wie betrokken waren, welke rol de verschillende partijen hebben gespeeld, en het beschrijft hoe het proces van initiatief tot uitvoering is gelopen. Daarnaast worden inzichten en tips gegeven. Gemeenten, provincies, natuurbeheerorganisaties, bouwbedrijven, bewoners en andere betrokken partijen kunnen met dit boek inspiratie opdoen om klimaatadaptatie te verankeren in hun beleid en werkwijze. Ze kunnen gebruik maken van al opgedane kennis om klimaatadaptatie onderdeel te maken van projecten in de bouw en de aanpak van openbare ruimte en voorzieningen.

Puntensysteem voor groen- en natuurinclusief bouwen

Den Haag voert als eerste stad in Nederland een puntensysteem in voor groen- en natuurinclusief bouwen. Met het systeem worden ontwikkelaars en architecten op eenvoudige wijze verplicht om groen en natuur in de directe omgeving te bevorderen, met bijvoorbeeld groene daken of muren. Het plan werd eerder aangekondigd in het coalitieakkoord en is nu uitgewerkt door ingenieursbureau Arcadis. Belangrijk uitgangspunt daarbij was dat het systeem niet te ingewikkeld zou zijn en dat het geen ontwikkelaars afschrikt. "Daarvoor is de bouwopgave te groot. Dit systeem is bruikbaar en effectief," aldus Boudewijn Revis, wethouder Stadsontwikkeling & Wonen. "Den Haag staat bekend als prettige leefstad, maar groeit ook enorm. Daarom gaan we bouwen, maar zorgen we onder meer met dit soort maatregelen ervoor dat de stad mooi en groen blijft."

In het puntensysteem wordt vastgesteld hoeveel punten moeten worden behaald bij een nieuwbouwproject. Hoe meer punten, hoe meer maatregelen nodig zijn. Een ontwikkelaar of architect kan bij het maken van zijn ontwerp kiezen uit een lijst met uiteenlopende maatregelen. Aan die maatregelen zijn punten toegekend. Zo is de aanleg van een biodivers dak goed voor 3 punten, de aanleg van een sedumdak levert 2 punten op en het aanbrengen van een insectensteen geeft één punt. De architect of ontwikkelaar neemt net zoveel maatregelen totdat hij het totale aantal punten heeft behaald. Zo gaat Den Haag op een no-nonsense manier groen- en natuurinclusief bouwen. Het systeem wordt gefaseerd ingevoerd. In 2019 begint de gemeente met een aantal projecten in het Central Innovation District, de gebieden rondom de grote Haagse stations en de Binckhorst. Bij andere bouwprojecten, waar nog geen verplichting tot groen- en natuurinclusief bouwen is, wordt het systeem als wens in planuitwerkingskaders opgenomen. (bron: Operatie Steenbreek, 14-3-2019)

Natuurinclusief bouwen

Natuurinclusief bouwen is het creëren van een meerwaarde voor biodiversiteit bij het bouwen ten opzichte van de situatie daarvoor. Te denken valt aan faunavoorzieningen, groene daken en gevelbeplanting en het realiseren van ecologische verbindingszones. Dit draagt bij aan een prettig leefklimaat voor mens én dier. Zie voor meer informatie de blog ‘Natuurinclusief bouwen: maar hoe dan?’ van NL Greenlabel.

- "De zorgelijke staat van de Nederlandse natuur haalt geregeld de voorpagina’s. Na het vaststellen van de enorme teruggang in vliegende insecten in 2017 is de discussie ten aanzien van stikstofdepositie en natuurbehoud nu volop losgebarsten. Vaak wordt de inrichting van de leefomgeving, ondanks de enorme bouwopgave, daarin zelden betrokken, terwijl de kansen voor natuurontwikkeling in en om de gebouwde omgeving enorm zijn. Verhef natuurinclusief bouwen tot norm. Een brede coalitie, uiteenlopend van wetenschappers en natuurorganisaties tot ons partnernetwerk en grote spelers in de bouw en groenvoorziening, deed daarom in november 2019 een veelbesproken oproep aan het kabinet om natuurinclusief bouwen tot norm te verheffen. De oproep ging gepaard met een aantal concrete suggesties voor maatregelen waardoor bouwactiviteiten en natuurversterking worden gecombineerd. “Zo wordt natuurinclusief bouwen geen kwestie van vrijblijvendheid en vrijwilligheid van enkelen, maar gevat in heldere regels die zijn gebaseerd op bestaande inzichten,” aldus de ondertekenaars van de oproep.

Reactie minister Schouten. Een goed half jaar later heeft minister Schouten, mede namens minister Van Nieuwenhuizen en minister Ollongren, een reactie gegeven op deze oproep. “Ik deel de ambitie om natuurinclusief bouwen, waar ook natuurinclusief renoveren onder valt, algemeen gangbaar te maken,” stelt Carola Schouten in haar brief van 17 juni 2020. “Daarom wil ik samen met andere ministeries, provincies, gemeenten, natuurorganisaties en andere partijen verder in gesprek om toe te werken naar een samenhangende aanpak voor het vergroenen van de gebouwde omgeving. Mijn aanpak op het gebied van biodiversiteit in de gebouwde omgeving richt zich op 3 niveaus: groen op gebieds- en wijkniveau, natuurinclusief bouwen en renoveren, en toepassing van natuurinclusieve materialen.”

Klaar voor gesprek. Lodewijk Hoekstra, mede-oprichter van NL Greenlabel en initiatiefnemer van de oproep, is erg tevreden met deze reactie: “Het toont aan dat Den Haag dit breed gedragen voorstel serieus neemt. Dat is belangrijk, want de urgentie is hoog. Het stikstofdossier heeft dat op pijnlijke wijze duidelijk gemaakt. Tegelijk hebben we gezien dat de Nederlanders de afgelopen maanden hun directe leefomgeving opnieuw hebben ontdekt. Natuur in de stad wordt meer gewaardeerd dan ooit. Ik stel voor dat het kabinet dit moment aanpakt door natuurinclusief bouwen in de bouwnormen op te nemen. We gaan daarom graag het gesprek aan om concrete resultaten te boeken.” Ook IVN Natuureducatie verwelkomt de extra aandacht voor natuurinclusief bouwen. Directeur Jelle de Jong: “De tijd is rijp voor een ‘groene revolutie’ in projectontwikkeling en woningbouw. Gemeenten hechten aan groen vanwege de waarde voor klimaatadaptatie, hittestress, CO2-opslag en luchtkwaliteit. Bewoners zoeken een aantoonbaar gezondere leefomgeving met ruimte voor ontspanning. Als we in Nederland de groene en gezonde stad opnieuw uitvinden, dan kijkt de rest van de wereld mee.”" (bron: NL Greenlabel, juni 2020)

- "Vogelbescherming Nederland en de Zoogdiervereniging werken al een aantal jaren aan het stimuleren van natuurinclusief bouwen. Daarmee krijgen vogels en vleermuizen woonruimte in gebouwen en biedt het groen in de omgeving natuurlijk voedsel en dekking. Op 6 november 2018 zijn in de Tweede Kamer twee moties aangenomen die het streven naar een natuurlijke stedelijke omgeving kunnen versterken. Vogelbescherming en de Zoogdiervereniging zien het aannemen van de moties voor natuurinclusief bouwen als een steun in de rug om de biodiversiteit in dorpen en steden verder te vergroten. Dit doen wij bijvoorbeeld in de vijf grote Brabantse steden, waar we met de gemeenten, woningcorporaties, projectontwikkelaars en vrijwilligers zorgen voor meer nest- en verblijfplaatsen in nieuwe en bestaande gebouwen. Zie ook de videoreportage over natuurinclusief bouwen in Tilburg. Ook stimuleren we het vergroenen van de openbare ruimte en de tuinen en balkons, zoals via de website Mijn Vogeltuin. Uiteraard kunnen we hierbij alle steun gebruiken, en nu ligt de bal dus ook bij minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

De eerste motie was van onder meer Kamerlid Geurts (CDA), die minister Schouten oproept om "in samenwerking met gemeenten, provincies en natuurorganisaties met voorstellen te komen voor natuurinclusieve steden ten behoeve van biodiversiteit, waarin onder meer aandacht is voor de wijze van bouwen, mogelijkheden voor meer natuur in bestaande wijken en de aanleg van groen, en dit in relatie tot de nog uit te brengen Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de Nationale adaptatiestrategie (NAS)". Daarnaast werd onder aanvoering van Kamerlid Weverling (VVD) aan dezelfde minister gevraagd om "in samenwerking met gemeenten, provincies, natuurorganisaties en jonge professionals te komen met voorstellen voor slimme oplossingen voor meer groen in steden en dorpen".

Wij reiken minister Schouten graag de hand bij de uitvoering van beide moties. Want onze droom is dat in Nederland natuurinclusief bouwen tot standaard wordt verheven. Om dat doel te bereiken, hebben we tal van middelen ontwikkeld die gemakkelijk door iedereen te raadplegen zijn, zoals de Checklist Groen Bouwen en een serie factsheets. Aan kennis over wat goed kan werken, is intussen geen gebrek. Bovendien zijn er vele materialen in de handel waarmee bouwers heel gemakkelijk en goedkoop maatregelen kunnen nemen. Voor een flinke opschaling van de huidige activiteiten is nu eerst vooral een verandering nodig in de mindset van bouwprofessionals. Met de steun van het ministerie kunnen we daarvoor grote stappen gaan zetten. Natuurinclusief bouwen: iedereen kan meedoen!" (tekst: Stefan Vreugdenhil, Vogelbescherming Nederland en Marcel Schillemans, Zoogdiervereniging)

Maak van je huis een thuis voor stadsnatuur

Natuurinclusief bouwen is de nieuwste trend om natuur in de stad te behouden. Want: jouw huis is niet alleen jouw thuis, maar ook een plek waar vogels en vleermuizen wonen. En daar kun je zelf veel voor doen. Bijkomend voordeel: groene tuinen vangen wateroverlast op bij extreme buien en zijn koeler in de zomer. Vijf tips om zelf aan de slag te gaan. 1. Natuurlijk tuinieren. Bomen, struiken en klimplanten zijn niet alleen een prachtige aanwinst voor de tuin, ze bieden vogels ook een plek om te broeden, te schuilen bij gevaar en om naar voedsel te zoeken. Ons biedt groen koelte in de zomer: door de verdamping via de bladeren zijn groene tuinen een stuk koeler. Steen houdt warmte juist vast.
Plantsoorten die van nature in Nederland voorkomen, zijn zogeheten inheemse planten. Deze planten trekken insecten aan en hoe meer insecten er zijn, hoe meer dieren er verschijnen die daarvan leven: vogels en vleermuizen bijvoorbeeld. Op Mijnvogeltuin.nl vind je precies welke soorten planten, bomen en struiken geschikt zijn voor jouw tuin.

2. Leg een mini-vijver aan. Een vijver zorgt voor een explosie aan leven in de tuin. Nu heeft niet iedereen de ruimte voor (of zin in) een vijver. Een mini-vijver biedt dan uitkomst, gemaakt in een grote plantenbak, afwaskom of teil. Het staat supergezellig, is zo gemaakt en past overal, zelfs op het balkon. Op de site van Vogelbescherming vind je een stappenplan waarin wordt uitgelegd hoe je in een handomdraai een mini-vijvertje maakt. 3. Zorg voor nestgelegenheid aan je huis. Sommige vogelsoorten nestelen alleen in gebouwen, zoals de huismus, gierzwaluw, huiszwaluw en spreeuw. Van oorsprong vonden ze vaak hun plekje onder dakpannen, tussen kieren en gaten. Ideale plekken voor vogels en vleermuizen, minder ideaal als je van een comfortabel huis houdt. Bij na-isolatie en renovaties zijn dan ook veel nestplaatsen verloren gegaan. Gelukkig zijn er inmiddels genoeg nestkasten te koop speciaal voor deze soorten. Voor renovatie of nieuwbouw zijn speciale inbouwnestkasten te koop. Benieuwd wat er mogelijk is? Check de checklist Groen Bouwen.

4. Denk ook aan het balkon en de daken. Ook een balkon kun je groen inrichten, met potten vol besdragende planten. Maar let op: balkons zijn niet onbeperkt belastbaar. Gemiddeld kunnen ze 250 kilo per vierkante meter dragen. Een met aarde gevulde, stenen plantenbak van circa één meter lengte, weegt algauw 120 kilo. Als de bewoners op het balkon gaan staan, komt hun gewicht er nog bij. Heb je een plat dak, beplant het dan met sedum. Het trekt insecten aan en houdt water vast en heeft bovendien een isolerende werking. 5. Groene gevel. Ook je gevel kun je vergroenen met muurplanten. Wortels van echte muurplanten beschadigen je gevel niet. De muurplanten bieden niet alleen vogels een plek om in te schuilen en te nestelen, maar ook insecten en hagedissen. Huizen met groene gevels zijn energiezuiniger. (tekst: Vogelbescherming Nederland)

Varieer met confectiematen in de woningbouw

Planoloog Jeroen van de Ven (gemeente Venlo) pleit in zijn artikel Varieer met confectiematen in de woningbouw (2015) voor het maken van meer combinaties met de 4 gangbare 'confectiematen' in de woningbouw (die hij gemakshalve en als metafoor even S, M, L en XL noemt), waardoor je ineens 16 varianten krijgt, waarmee je veel beter op de werkelijke behoeften van een reeks doelgroepen kunt inspelen. Dat levert vele win-wins op, o.a. mensen blijven langer in de wijk, goed voor sociale cohesie wat terecht in deze tijden een hot item is, minder eenheidsworsterige wijken.

Regionale woningbouwprogrammering mét visie

In het artikel 'Demografische prognoses als oppermachtige gids' (2016) pleit Jeroen van de Ven voor regionale woningbouwprogrammering mét visie, en niet alleen op basis van demografische prognosemodellen (aangevuld met de eigen groeiambities, politieke wensen en/of ideologische overtuigingen). Begin met een goede analyse van de woningmarkt en de regio. Een goede analyse is meer dan een demografische exercitie. Start met het afbakenen van een logisch daily urban system. Dat is in de dagelijkse praktijk veel belangrijker voor burgers of bedrijven en niet de toevallige grens van een gemeente, regio of provincie. Neem dit gebied als uitgangspunt voor de analyse van de woningmarkt én de regio. Inventariseer en analyseer vervolgens waar je met de regio heen wilt. Waar zijn de woningen het meest kansrijk, hoe hou je draagvlak voor de voorzieningen, hoe kun je de mobiliteitsstromen optimaliseren met een minimale milieulast? Oftewel stel de juiste vragen om de juiste woningen aan de juiste plaats en gemeente toe te delen.

BPD Woningfonds

- "BPD heeft eind 2019 het BPD Woningfonds opgericht, dat in tien jaar wordt gevuld met 15.000 nieuwe, energiezuinige woningen met een middeldure huur. Daarmee komen we tegemoet aan een diepgekoesterde wens van veel starters, gezinnen en senioren op de woningmarkt: betaalbaar wonen. Tegelijkertijd is het een bijdrage aan de Nederlandse woningmarkt als geheel. Dat benadrukt Walter de Boer, CEO van BPD. ‘Voor ruim 3 miljoen huishoudens met een inkomen tussen modaal en twee keer modaal zit de woningmarkt eigenlijk dicht. Er is geen geschikt aanbod, terwijl de vraag maar blijft groeien,’ zo schetst De Boer. “Wij trekken ons het lot van deze (her)starters, gezinnen en zelfstandig wonende senioren aan. Als woning- en gebiedsontwikkelaar is BPD, al vanaf de allereerste Bouwfonds-woning in 1947, begaan met mensen die op de woningmarkt een betaalbare woning willen in een fijne omgeving.’

Antwoord op urgent, actueel maatschappelijk vraagstuk
De lancering van BPD Woningfonds is te zien als ons antwoord op een urgent, actueel maatschappelijk vraagstuk: betaalbaar wonen voor huishoudens met een middeninkomen. De Boer: ‘Binnen nu en tien jaar zetten we 15.000 betaalbare, energiezuinige nieuwbouwhuurwoningen voor de middeninkomens op de markt. Appartementen en eengezinswoningen, met betaalbare huren: verreweg de meeste tussen 650 en 1.000 euro per maand. We doen dat op plekken waar de vraag groot is: in aantrekkelijke woonwijken in stedelijke omgevingen binnen en buiten de Randstad. Daarmee kunnen we de groeiende groep mensen bedienen die niet in aanmerking komt voor sociale én voor dure huur, of voor wie een koopwoning vooralsnog buiten bereik ligt.’

Met de lancering van het woningfonds kijken we als BPD met financier Rabobank - zie hiervoor het interview met Gea Voorhorst - dus nadrukkelijk naar de toekomst: het fonds is uitgelegd voor de langere termijn. ‘Nederland verandert,’ zegt De Boer. ‘De economie groeit, de bevolking vergrijst. In 2030 zijn er zo’n 3,5 miljoen mensen die alleen wonen. Mensen moeten steeds meer zichzelf zien te redden. Een flexibel of kortdurend arbeidscontract is intussen normaal geworden. Zeker nu koopwoningen duurder zijn geworden, wordt wonen daarom steeds vaker “huren”, als eerste óf als laatste stap in je woonloopbaan.’ Verruiming van het aanbod aan betaalbare huurwoningen is de sleutel om de vastgelopen woningmarkt open te breken. Bovendien zijn middeldure huurwoningen een onlosmakelijk onderdeel van een goede, gevarieerde gebiedsontwikkeling. Die kent inclusieve wijken, waarin plaats is voor een diversiteit aan soorten woningen: betaalbaar en duur, koop en huur." (bron: BPD, oktober 2019)

Betaalbare woningen en leefbare wijken

- Hoe zorgen we ervoor dat iedereen toegang heeft tot een betaalbare woning en hoe houden we tegelijkertijd wijken leefbaar? Martine van der Griendt, Ontwikkelingsmanager bij BPD, zoekt de oplossing hiervoor in het 'stadshuwelijk': een langdurige verbintenis tussen gemeenten, corporaties en ontwikkelaars. In goede en slechte tijden. "Met elkaar kunnen we de gehele woningmarkt bedienen. Gekscherend noemen wij dat het stadshuwelijk, een langdurige verbintenis vol vertrouwen met ruimte voor ieders belangen. En net als bij een echt huwelijk in goede en slechte tijden. In het geval van nieuwbouw gaat de afstemming van gemeenschappelijke doelen en belangen al heel aardig. Bij de herstructurering van wijken en buurten valt echter nog een hoop te winnen. Door het wettelijke kader waarbinnen corporaties moeten opereren, hebben zij vaak minder mogelijkheden om het totale beeld van wijken te beïnvloeden en niet alleen van één woningcomplex.

Met elkaar. Met elkaar lukt dat wel. Deals zoals BPD die het afgelopen jaar sloot met Mitros in Utrecht om tot evenwichtiger wijken te komen, inspireren mij enorm. In de wijk Overvecht worden tachtig sociale huurwoningen gesloopt en BPD bouwt er 140 middeldure huurwoningen en koopwoningen terug. Het verlies aan sociale huurwoningen wordt gecompenseerd in een andere wijk. Zo werken we op meerdere plekken aan uitgebalanceerde en inclusieve wijken. Op veel meer plekken in Nederland willen we stadshuwelijken sluiten. Wederzijds begrip en vertrouwen zijn daarbij belangrijk, maar misschien nog wel meer het lef om over je eigen belang heen te kijken. Als dat lukt, kun je iets in gang zetten wat de partners afzonderlijk nooit was gelukt. Een hoger rapportcijfer bijvoorbeeld, dat kan worden uitgedrukt in hogere scores op de Leefbarometer, toename van de WOZ-waarde, betere technische staat of meer duurzame woningen." (juni 2020)