Bijen en vlinders

Bijen en hommels in landbouwgebieden

Stichting Agri Facts (STAF) heeft in 2019 alle bijen en hommels op de Nederlandse soortenlijst onderzocht. Het gaat om 380 verschillende soorten. De feiten over de 380 soorten bijen en hommels zijn op 4 juni 2019 in de vorm van een petitie aangeboden aan leden van de Tweede Kamer. Hier volgen de conlusies en aanbevelingen: - Van de 380 beschreven Nederlandse bijen- en hommelsoorten, hebben 112 soorten een toenemende trend in de afgelopen 15 jaar (2003-2018). En 75 soorten een sterk afnemende trend (afname van 50% of meer). - Het idee dat bijen- en hommelsoorten zijn verdwenen als gevolg van neonicotinoïden klopt niet. De datum waarop de laatste exemplaren van de soort zijn gezien in Nederland, ligt voor bijna alle verdwenen soorten vóór de marktintroductie van de neonicotinoïden (1995). Voor twee soorten vlak erna. - Het idee dat bijen- en hommelsoorten in landbouwgebieden een afnemende trend zouden hebben, vanwege het gebruik van bestrijdingsmiddelen, klopt niet. Het zijn juist de bijensoorten van het platteland die de afgelopen decennia een toenemende trend laten zien. Dit geldt ook voor soorten in stedelijke gebieden. - Bijen- en hommelsoorten met een afnemende trend hebben veelal ‘natuur’ en ‘natuurgraslanden’ als leefgebied. In deze gebieden worden weinig bestrijdingsmiddelen toegepast. - Geen van de Nederlandse soorten bijen en hommels nestelt in bodems die in gebruik zijn bij de landbouw. Directe aanraking met neonicotinoïden moet dan ook worden uitgesloten. - Wilde bijen en hommels zijn (zeer) kieskeurig wat betreft de bloemen die zij bevliegen. Bloemrijke akkerranden en graskruidenmengsels die de biodiversiteit moeten stimuleren, kunnen van meerwaarde zijn als de samenstelling aansluit op de bloemvoorkeuren van de plaatselijke bijen- en hommelpopulaties. Zie verder het rapport 'Bijen op boerenland doen het beter. Data-analyse 380 soorten Nederlandse bijen en hommels' (STAF Research, 4-6-2019).

Honingbijen en wilde bijen

- "We maken ons zorgen om de verkeerde bij. "Red de bijen!" is tegenwoordig een veel gehoord refrein en het is geweldig om mensen zo betrokken te zien bij die kleine dieren die cruciaal zijn voor onze voedselvoorziening. Maar ik heb één bezwaar: je hebt het over de verkeerde bijen. Honingbijen (apis mellifera) worden niet met uitsterven bedreigd. Integendeel! Ze zijn een wereldwijd gedistribueerd en gedomesticeerd insect. De bijen waar we ons zorgen over moeten maken zijn de duizenden andere bijensoorten in de wereld, waarvan de meeste eenzame, steekloze, grondnestende bijen zijn waar je waarschijnlijk nog nooit van hebt gehoord. Er is een ongelofelijke slachting aan de gang onder deze bijen. Vijftig procent van deze soorten is inmiddels verdwenen." Aldus Silvia Benschop, die onder de link nog meer vertelt over verschillen tussen honingbijen en wilde bijen en wat we eraan kunnen doen om de wilde bijen een betere leefomgeving te bieden.

Stikstofdepositie verandert soortengemeenschappen van vlinders en bijen

"Voor het eerst hebben onderzoekers de invloed van stikstofdepositie op soortgemeenschappen dagvlinders en bijen op de lange termijn geanalyseerd. Herstel van stikstofgevoelige soorten blijkt mogelijk, maar de vermindering van stikstofbelasting sinds 1990 is nog onvoldoende voor herstel op grote schaal. In het in november 2019 verschenen artikel 'Soil eutrophication shaped the composition of pollinator assemblages during the past century' in Ecography zijn de veranderingen in soortengemeenschappen van dagvlinders en bijen in Nederland over een periode van 80 jaar geanalyseerd. Daarbij zijn ook de planten onderzocht waar deze insecten als larve van afhankelijk zijn. Alle soorten zijn getypeerd naar de mate van specialisatie op stikstofminnende of stikstofmijdende plantensoorten. Bij vlinders is bijna de helft van de soorten afhankelijk van stikstofarme milieus, bij bijen is dat een op de vijf soorten. De veranderingen in voorkomen van soorten zijn geanalyseerd over vier perioden van twintig jaar, tussen 1930 en 2010.

Planten
De rijkdom aan planten die gebonden zijn aan stikstofarme milieus was in de periode 1950-1970 op lokale schaal sterk afgenomen met de toenemende stikstofbelasting door intensivering van de landbouw. Dit leidde tot een landelijke achteruitgang in de periode daarna. Vanaf 1990 nam de stikstofdepositie af en trad er enig herstel op, mede als gevolg van succesvol natuurbeheer. Maar de stikstofbelasting bleek nog te hoog voor verder herstel.

Vlinders en bijen
Vlinders en bijen vertoonden vooral een afname tussen de perioden 1950-1970 en 1970-1990 bij een sterk toenemende stikstofdepositie. Vooral de vlinder- en bijensoorten die afhankelijk zijn van planten uit stikstofarme milieus gingen in deze periode achteruit. Na 1990 nam de stikstofbelasting af en werd lokaal enig herstel zichtbaar bij vlinders en bijen die veel verschillende soorten planten benutten. Van de soorten uit stikstofarme milieus, profiteerden bijen incidenteel van het herstel van specifieke bloemplanten. De vlinders vertoonden een verdere achteruitgang, ongeacht de lokale stikstofdepositie.

Herstel
Veranderingen in de soortengemeenschappen van vlinders, bijen en de planten waar zij van afhankelijk zijn, vertonen dus een sterke samenhang met stikstofdepositie. Het gedeeltelijke herstel bij planten vertaalde zich in een herstel van de stikstofgevoelige bijen in sommige regio’s, Modulesbij de vlinders trad er geen herstel op. Michiel Wallis de Vries, buitengewoon hoogleraar bij de leerstoelgroep Plantenecologie en Natuurbeheer van Wageningen University & Research, werkte mee aan de analyses van de ruim 2 miljoen waarnemingen aan dagvlinders. “Dat de soortenrijkdom aan dagvlinders in Nederland de afgelopen eeuw dramatisch is afgenomen wisten we al,” zegt Wallis de Vries. “Nu hebben we deze afname ook kunnen koppelen aan de invloed van stikstof op hun leefgebied. Dit is belangrijk, omdat vlinders net als bijen belangrijke graadmeters zijn voor bestuivende insecten.”

Stagnatie
“Er zijn tekenen van enig herstel door verminderde stikstofbelasting en herstelbeheer,” zegt Wallis de Vries, die ook bij De Vlinderstichting werkzaam is. “Maar de vermindering van stikstofbelasting is nog onvoldoende om een robuust herstel te laten zien. En de vlindermonitoring over de laatste tien jaar laat zien dat deze stagnatie voortduurt. Voor de soortenrijkdom van planten en bestuivers is het dus echt nodig om de stikstofuitstoot fors meer omlaag te brengen”. (bron: Wageningen University & Research, 28-11-2019)

Bijenhotel

- Het via de link ook online te lezen boekwerk 'Gasten van bijenhotels' (3e druk, 2019, auteur: Pieter van Breugel uit Veghel) beschrijft in detail hoe je een bijenhotel kunt maken en aan welke eisen het moet voldoen. Ook beschrijft het uitvoerig welke 'gasten' er in komen logeren. Diverse soorten bijen en graafwespen bouwen er hun nestjes in, en daar komen weer verschillende roofdieren en parasieten op af. Dit levert vele uren kijkplezier op, en dat in eigen tuin!

Reactie toevoegen