Hondsrug

Streek
Hondsrug
GroningenDrenthe

hondsrug_kaart.jpg

De Hondsrug is een streek, gelegen op een zandrug die zich uitstrekt van de gemeenten Coevorden en Emmen in het ZO tot de voormalige gemeente Haren en een deel van de stad Groningen in het NW. In 2013 is de Hondsrug erkend als UNESCO European Geopark.

De Hondsrug is een streek, gelegen op een zandrug die zich uitstrekt van de gemeenten Coevorden en Emmen in het ZO tot de voormalige gemeente Haren en een deel van de stad Groningen in het NW. In 2013 is de Hondsrug erkend als UNESCO European Geopark.

Hondsrug

Terug naar boven

Status en ligging

- De Hondsrug is een streek, gelegen op een zandrug die zich uitstrekt van de gemeenten Coevorden en Emmen in het ZO tot de voormalige gemeente Haren en een deel van de stad Groningen in het NW. De streek ligt grotendeels in de provincie Drenthe, deels in de provincie Groningen.

- De Hondsrug maakt deel uit van een groter geheel van zandruggen en stroomdalen in Drenthe en Groningen dat wel het Hondsrugsysteem wordt genoemd.

- De Hondsrug beslaat (delen van) de gemeenten Emmen, Coevorden, Borger-Odoorn, Aa en Hunze, Tynaarlo en Groningen. Het Drentse deel van de streek omvat o.a. de dorpen Anloo, Annen, Borger, Drouwen, Eext, Exloo, Gieten, Grolloo, Nieuw-Buinen, Rolde, Valthe en Valthermond.

Terug naar boven

Statistische gegevens

Met een lengte van 70 km en een hoogte van 20 meter boven NAP is de Hondsrug voor Nederlandse begrippen een landschappelijke reus. Niettemin is het grootste deel van de streek slechts enkele meters hoger dan de omliggende 'dalen'. Het Hoogstraatje in Groningen is met ca. 9 meter boven NAP de noordelijkste heuvel van de Hondsrug. De zuidelijkste top is het Haantjeduin in de Emmerdennen bij Emmen, tegelijk met z'n 26,5 m boven NAP het hoogste natuurlijke punt van Drenthe.

Terug naar boven

Geschiedenis

Over het ontstaan van de Hondsrug doen verschillende theorieën de ronde. Hieronder vermelden wij de drie 'hoofdstromingen' in dezen, met enkele citaten uit de artikelen in kwestie. Voor een goede beeldvorming van deze boeiende maar complexe materie adviseren wij je deze - gelinkte - artikelen geheel te lezen.

1) "Het Hondsrugsysteem in Drenthe.
Het vriendelijk afwisselende zandlandschap van Noord- en Oost-Drenthe is gevormd in de laatste twee ijstijden. Het gebied verschilt duidelijk van karakter met de rest van de provincie. De topografie wordt bepaald door een reeks NNW-ZZO gerichte zand/keileemruggen, waarvan de Hondsrug de meest oostelijke is. Landschappelijk gezien zijn de zand/keileemruggen in Oost-Drenthe het meest interessant. Hierop vinden we de karakteristieke zanddorpen met hun bouwlanden (essen), omringd door ontginningslandschappen, restanten heideveld en bossen. De tussengelegen beekdalen hebben vooral in het noorden een open karakter. De moerassige grondslag van de beekdalen was van oudsher zeer belemmerend voor landbouw en bewoning.

Van de vier zandruggen is de Hondsrug het duidelijkst ontwikkeld. De oostrand vormt een markante overgang naar het veel lagere en weidsere Hunzedal. Vrijwel nergens steken ze meer dan vijf meter boven de tussengelegen beekdalvlakten uit. Het geheel van zandruggen en beekdalen staat bekend als het Hondsrugsysteem. Van oost naar west onderscheiden we vijf ruggen: 1) de Hondsrug; 2) de rug van Tynaarlo; 3) de rug van Rolde, ook wel Slenerrug genoemd; 4) de Zeijenrug; 5) de rug van Norg. De meest westelijke rug van Norg is topografisch het minst duidelijk in het landschap op te merken. De ruggen van het Hondsrugsysteem duidt men weliswaar aan als zandruggen, maar keileemafzettingen of het verweringsresidu keizand zijn overal aanwezig. Keileem wordt voornamelijk op de kruinen van de ruggen aangetroffen. Daar is deze afzetting ook het dikst. Het duidelijkst wordt dit gedemonstreerd op de noordelijke Hondsrug, waar keileemdikten van 5-10 meter en meer heel gewoon zijn. De keileemlaag neemt op de flanken van de zandruggen snel in dikte af. Op de overgang naar de beekdalen wigt de afzetting uit.

De Hondsrug is van de vier zand/keileemruggen het meest markant en qua topografie ook het duidelijkst ontwikkeld. Hij begint in het noorden van de stad Groningen en is over een lengte van ca. 70 kilometer tot voorbij Klazinaveen en Nieuw-Dordrecht in Zuid-Drenthe te vervolgen. Met een onderbreking ten noorden van de stad Groningen is het Hondsrugsysteem, zij het enigszins in oostelijke richting versprongen en bedekt door zeeklei, noordwaarts te vervolgen tot voorbij Baflo. In het zuiden en midden is de Hondsrug met ruim 20 meter +NAP het hoogst en met ca. drie kilometer ook het breedst. De andere zandruggen zijn minder hoog en smaller. Naar het noorden toe neemt de hoogte en ook de breedte van de zandruggen af. Op de overgang naar de provincie Groningen raken de ruggen meer en meer bedekt door veen en zeeklei uit het Holoceen.

Het vriendelijk glooiend karakter en de grote variatie aan deellandschappen maken dat de Hondsrug toeristisch erg in trek is. Het gebied staat in feite model voor heel Drenthe. Aan de oostkant grenst het aan het lage Hunzedal. De steile oosthelling is overal goed waarneembaar, maar is het mooist zichtbaar in de omgeving van Gieten en Gasselte. Het verval is hier voor Drentse begrippen spectaculair te noemen. Over een afstand van amper één kilometer daalt het terrein meer dan 13 meter! Minstens zo interessant is de steilrand in het oosten van Annen. Hoewel het uitzicht hier minder weids is, is het terreinverloop zo mogelijk nog indrukwekkender. Over een traject van ruim 200m daalt het terrein meer dan zes meter! Bijzonder is dat de Hondsrug over de volle lengte door een laagte in tweeën wordt gedeeld. De laagte tussen de beide takken is (was) in het noorden veelal opgevuld met veen. In het gebied tussen de plaatsen Eext en Gasselte is de tweedeling onduidelijk. De kruinen van de westelijke en oostelijk tak liggen ca. één kilometer uit elkaar.

Minstens zo opmerkelijk is dat de keileemafzettingen op beide Hondsrugtakken van elkaar verschillen. Van oudsher was al bekend dat op de oostelijke Hondsrug veel meer keien voorkwamen. Dit blijkt gekoppeld te zijn aan een Oostbaltisch keileemtype (Nieuweschoot/Emmen-keileem) dat op de westelijke tak veelal ontbreekt. De zandruggen van het Hondsrugsysteem hebben een opvallend rechtlijnig verloop. Dit is, gevoegd bij de afwijkende oriëntatie (NNW-ZZO), in het verleden aanleiding geweest tot veel speculatie omtrent de ontstaanswijze. Er is wel verondersteld dat de ruggen eindmorenes uit de voorlaatste ijstijd zijn, of smeltwatervormingen. Ook zien sommigen er een serie stuwwallen in. Tenslotte wordt de mogelijkheid van een tektonische ontstaanswijze ook niet helemaal uitgesloten. Uit seismisch onderzoek blijkt dat in de diepere ondergrond een breukensysteem aanwezig is dat min of meer in dezelfde NNW-ZZO-richting verloopt.

Onduidelijk is of de beweging van het breukensysteem van dusdanige invloed is geweest, dat de opvallende structuur van het Hondsrugsysteem daardoor veroorzaakt is. Zeker is wel dat na het verdwijnen van de neerwaartse druk van het landijs in de voorlaatste ijstijd de ondergrond iets is teruggeveerd. Bewegingen van ondergronds gelegen zoutkoepels hebben daardoor lokaal enig reliëf aan de Hondsrug toegevoegd. Met name het middengedeelte tussen Gasselte-Borger-Buinen lijkt hierdoor te zijn beïnvloed. Niettemin komt in het Hondsrugsysteem vooral een beeld naar voren van een ontstaanswijze die samenhangt met een landijsbedekking. De glaciodynamische werking van de zogenoemde Hondsrug-ijsstroom op het eind van de voorlaatste ijstijd lijkt de voornaamste oorzaak te zijn waardoor een reeks parallelle zand/keileemruggen in het oosten van Drenthe is ontstaan." (bron en voor nadere informatie zie het artikel over het Hondsrugsysteem door Harry Huisman op zijn zeer informatieve site over zwerfstenen 'Kijk eens omlaag')

2) "De afwijkende vorm van dit gebied leidde nog in de 20e eeuw tot zeer uiteenlopende verklaringen voor het ontstaan ervan. Waar de een ’n stuwwal zag, dacht een ander aan een keileemrand en een derde aan een rivierstelsel ontstaan door een breukenpatroon in de diepe ondergrond. Ze hebben het allemaal mis, blijkt uit de studie 'Genesis of the Hondsrug' van fysisch-geograaf Enno Bregman, waarop hij in 2015 is gepromoveerd. In Nederland zijn heuvels vaak ‘gewoon’ stuwwallen, zoals de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe. Zo niet de Hondsrug, aldus Bregman, die stelt dat de verhoging een ‘megaflute’ is, uniek voor Europa. Bregman: ‘Op conferenties vraag ik collega’s altijd of ze dit fenomeen kennen in eigen land. Daar is nog nooit een ja op gekomen. Alleen in Noord-Amerika zijn megaflutes aangetroffen.’

Stuwwallen worden veroorzaakt door landijs, aan de voorkant van het ijsfront. De wallen bestaan uit bodemmateriaal, opgestuwd door het ijs. Megaflutes zijn andere koek. Ook die ontstaan door landijs, maar dan niet aan de voorkant, maar erín. In het landijs is een ijsstroom ontstaan. Aan de onderkant van die stroom kunnen zich lage, parallelle heuvels vormen, gemaakt van bodemmateriaal waar de ijsstroom overheen trekt. Als het ijs zich eenmaal heeft teruggetrokken worden de heuvelruggen, oftewel megaflutes, zichtbaar als gigantische strepen in het landschap. Voilà de Hondsrug, een van de vier ruggen binnen een 70 kilometer lang stelsel, als langste rug tevens naamgever van het hele complex.

Dat deze heuvelrug het werk is van een ijsstroom, opperden wetenschappers voor het eerst in de jaren '80 van de 20e eeuw. Bregman heeft dat inzicht nu getoetst, vervolmaakt en voor bewezen verklaard, gebruikmakend van moderne onderzoekstechnieken en recente wetenschappelijke inzichten, onder meer over het gedrag van ijsstromen. Hij voorzag het bodemprofiel op zes locaties langs de Hondsrug van een geologische interpretatie en betrok ook de diepe ondergrond erbij. En hij bekeek een ruimer gebied dan Noordoost-Nederland, om te achterhalen wat de ijsstroom op gang bracht." (bron en voor nadere informatie zie het artikel 'Mysterie Hondsrug ontrafeld', door Han Oomen, in Geografie, november/december 2014)

3) "Vanaf de 19e eeuw heeft men zich afgevraagd hoe het Hondsrug-Hunzedal complex, kortweg de Hondsrug, in Drenthe is ontstaan. Sinds kort (eind 2018) is er nieuwe informatie omtrent het ontstaan van het complex door TNO beschikbaar gesteld, waardoor een tektonische oorsprong en een samenhang met de Neogene breuken van de Roerdal Slenk waarschijnlijk wordt. Tot op heden wordt een glaciale uitleg gegeven die ervan uit gaat dat tijdens de voorlaatste Saalien-ijstijd, 200.000 jaar geleden, het landijs gedurende een korte tijd zijn maximale uitbreiding in het Pleistoceen langs de lijn Amsterdam-Praag heeft gehad. Vanuit Scandinavië breidde het zich in zuidwestelijke richting ook over Noord-Nederland uit en creëerde daarbij allerlei subglaciale terreinvormen, zoals stuwwallen en beekdalen. De Hondsrug staat bijna dwars op de bewegingsrichting van het landijs, maar omdat het geen stuwwal is en het Hunzedal geen beekdal, past dit niet in het glaciale landschapsbeeld.

De 70 km lange kaarsrechte parallelle keileemruggen, die tot 20 meter hoog kunnen zijn, vormen een onbekend element in de mondiale subglaciale wereld en zijn dan ook niet te verklaren als het resultaat van ijsbewegingen. Men heeft getracht dit probleem te omzeilen door te veronderstellen dat het landijs in het Noordzeegebied een grote bocht gemaakt zou hebben waardoor het uit het noordnoordwesten kwam om in Drenthe van het Hunzedal een gletsjerdal te maken en van de keileemruggen zogeheten megaflutes, die nergens op de wereld als van een zodanige vorm en lengte bekend zijn.

De voorgestelde uitleg is tamelijk vergezocht en geeft naar mijn mening geen basis voor het ontstaan van het Hondsrug-Hunzedal complex. Niettemin wordt het in tal van bronnen, te beginnen met Berg en Beets (1987), als geloofwaardig gepresenteerd. Voor geologen was een tektonische verklaring van het begin af aan een reële optie, maar het liep steeds stuk op het ontbreken van voldoende ondergrondinformatie vanwege gebrek aan boorgegevens en seismisch onderzoek, zodat dit tot op heden niet bevestigd kon worden. Het kan naar mijn mening geen toeval zijn, dat de zuidoost-noordwest oriëntatie van het complex dezelfde is als die van de Peelrandbreuk. Het Hunzedal is hoogstwaarschijnlijk een slenk met dezelfde strekking en we kunnen het dus de Hunzedal Slenk noemen.

Samenvattend is de conclusie dat aanwijzingen voor breuken in de ondergrond die aard en richting van Hondsrug en Hunzedal bepalen, bestaan uit de uitgesproken rechtlijnigheid van de morfologische elementenen uit hun richting. Rivier- en ijsdalen hebben de neiging enigszins te kronkelen; breuken zijn kaarsrecht. De richting van rug en dal maakt een flinke hoek met de stroomrichting van het ijs in Oost- en Noordoost-Nederland. Die was van noordoost naar zuidwest, zoals is aangetoond door Dick van der Wateren en collega’s in de stuwwallen van Overijssel en in de grondmorenes van Noordwest-Duitsland en door van de Berg en Beets in 1987. De oriëntatie van Hondsrug en Hunzedal stemmen evenwel prachtig overeen met die van de horst- en slenksystemen in de diepe ondergrond van Nederland." (bron en voor nadere informatie zie het artikel 'Het Hondsrug-Hunzedal Complex als gevolg van breuken?', door Gerrit Kuipers, in Geografie, maart 2019)

Terug naar boven

Jaarlijkse evenementen

- De Geopark Hondsrug Classic (mountainbike evenement) (weekend in oktober) is een van de grootste mountainbike evenementen waarbij alle categorieen in één wedstrijd starten. Van ervaren wedstrijdrijders tot en met de recreant en liefhebber.

Terug naar boven

Landschap, natuur en recreatie

- Beschrijving van natuurgebieden op de Hondsrug van beheerder Staatsbosbeheer.

- De komende jaren wordt gewerkt aan de verdere realisatie van Geopark De Hondsrug. Het project kan worden gezien als een eerste stap waarin de natuur, de geologie en de toeristische potenties van deze streek zichtbaarder worden gemaakt. In 2013 is de Hondsrug erkend als UNESCO European Geopark, het eerste Geopark in Nederland. In een geopark worden aardkundige waarden ingezet voor onder meer de ontwikkeling van geotoerisme, vaak in combinatie met cultuurhistorie en natuur en landschap. De samenwerkende partijen willen het 'merk' Hondsrug laden met bijzondere verhalen uit enerzijds de IJstijden en anderzijds 5500 jaar menselijke geschiedenis en dit gezamenlijk omzetten naar toeristische producten. De streek is vanaf Groningen tot aan Gasselte tevens de oostflank van het Nationaal Landschap Drentsche Aa.

De streek is geografisch gezien uniek. De keileemrug is gevormd in de ijstijden. In het verleden was het een plek waar je droge voeten hield in een verder natte omgeving. De Hondsrug kent al duizenden jaren een bewoningsgeschiedenis en vormde een belangrijke doorvoerroute. In het landschap zijn nog talloze tekenen hiervan aanwezig. Gedeputeerde Tanja Klip-Martin: "De Hondsrug barst van de verhalen deels geïllustreerd door de vele aardkundige waarden in het gebied. Met de status van Geopark kunnen we die nog veel beter voor het voetlicht brengen." Gedeputeerde Rein Munniksma signaleert vooral kansen voor het toerisme: "De combinatie van geologie met cultuurhistorie en natuur en landschap maakt het een spannend en interessant gebied voor onze bezoekers."

- Nadere informatie over Geopark De Hondsrug. - In 2015 zijn de gemeente Haren en een deel van de stad Groningen toegevoegd aan Geopark De Hondsrug. - Sinds 2015 is de Hondsrug een UNESCO Global Geopark. In 2017 heeft de evaluatiecommissie van het Global Geoparks Network een toetsingsbezoek aan het Hondsruggebied gebracht en heeft nadien positief advies uitgebracht aan de Nederlandse Unesco Commissie om de status in ieder geval met 4 jaar te verlengen. In 2021 zal de volgende evaluatie plaatsvinden.

Terug naar boven

Beeld

- © van de afgebeelde kaart: Stichting De Hondsrug UNESCO Global Geopark.

Terug naar boven

Literatuur

- Nieuwe en/of tweedehands boeken over de Hondsrug (online te bestellen).

Reactie toevoegen